Cheyletiella bij de hond : ook een probleem voor de eigenaar

1. Algemeen

Zowel honden en katten kunnen besmet worden met de Cheyletiella-mijt. De mijt leeft in de oppervlakkige huidlaag, maar kan bij ernstige schilfervorming ook tussen de schilfers leven. De mijten klitten hun eieren vast aan de haren. Besmetting vind plaats door direct contact, maar de mijten kunnen ook overgedragen worden door luizen, vlooien en vliegen.
De ziekte is erg besmettelijk. Vooral jonge dieren zijn gevoelig, maar ook oudere dieren kunnen besmet worden. Cocker Spaniëls, poedels en langharige katten kunnen asymptomatische dragers zijn. Dit betekent dat ze wel de mijt bij zich dragen, maar er zelf niet ziek van zijn. Wel kunnen zij op deze manier andere dieren infecteren.

2. Symptomen

Bij de hond zijn de eerste tekenen van een Cheyletiella-infectie een doffe vacht met roos en veel losse haren. Uiteindelijk zit de hele vacht van de hond onder de schilfers.
Bij de kat zien we vele losse schilfers op de rug, romp en nek en meestal ziet de eigenaar dat de kat zich meer wast dan normaal. Ook kan de kat kaal worden op de romp.

  typische huidschilfers van cheyletiella

Sommige dieren hebben helemaal geen jeuk, andere dieren barsten van de jeuk. De huid ziet er bij de meeste dieren rustig uit, maar het kan zijn dat er wat kleine wondjes, bultjes of rode plekjes aanwezig zijn.

3. Diagnose

De mijten zijn redelijk groot en zouden met een vergrootglas in de vacht van uw dier gezien kunnen worden, maar het is makkelijker om wat haren en schilfers onder de microscoop te bekijken. Meestal maken we daarvoor een oppervlakkig huidafkrabsel, zodat we haren, schilfers en de oppervlakkige cellen van de huid kunnen onderzoeken.


Dit is een katje met erge oorschurft én Cheyletiella infectie

Het maken van een huidafkrabsel gaat als volgt. Op een klein, scherp lepeltje druppelen we een beetje olie, hierdoor laten de cellen beter los. Dan schrapen we voorzichtig over een klein stukje van de huid tot er wat cellen en schilfers op het lepeltje zitten. Wanneer we ook nog aan andere oorzaken voor de huid- en vachtproblemen denken, kan het nodig zijn dat we een dieper afkrabsel nemen. Dan moeten we met het lepeltje wat langer doorschrapen totdat de huid gaat bloeden. Het is gebruikelijk om op verschillende plekjes een afkrabsel te maken, omdat sommige mijten erg moeilijk te vinden zijn.
De afkrabsels worden op een microscoopglaasje gedaan en onder de microscoop onderzocht. Als er een mijt in het afkrabsel aanwezig is kunnen we aan zijn uiterlijke kenmerken zien om welke mijt het gaat.

  Een cheyletiellamijt onder de microscoop.

Als we een sterke verdenking op Cheyletiellose hebben kunnen we ook volstaan met het nemen van een plakbandmonster. Daartoe plakken we een stukje plakband op de huid van uw dier. Bij het verwijderen van het plakband worden er oppervlakkigge cellen en schilfers meegenomen met eventuele mijten, die we dan onder de microscoop kunnen zien.

4. Behandeling

Cheyletiellose is heel goed te behandelen. Niet alleen het dier dat de Cheyletiella-infectie heeft moet behandeld worden, maar alle andere dieren in huis moeten ook behandeld worden.

  waar is die mijt???

Omdat Cheyletiella zeer besmettelijk is, is het zeer onwaarschijnlijk dat uw andere dieren niet geïnfecteerd zijn. Daarnaast kan een ogenschijnlijk gezond dier drager zijn van de mijt en zo een continue infectiebron voor uw andere dieren zijn.
Niet alleen de hond of kat zelf maar ook het huis of de omgeving waar de dieren wonen moet behandeld worden.
5. gevaar voor de mens

Cheyletiella is een zoönose, dat wil zeggen dat het ook besmettelijk is voor de mens. In 20 - 40 % van de gevallen waarbij een huisdier Cheyletiella heeft, wordt ook de mens besmet. Bij de mens zijn de eerste verschijnselen meestal rode plekjes op de armen en romp. Meestal valt de jeuk erg mee.

  rode plekjes kunnen van cheyletiella zijn


Als het dier behandeld wordt gaan over het algemeen de huidklachten bij de mens ook over. Zoniet, dan is het verstandig om toch even langs uw huisarts te gaan.