Wat is een tussenwervelschijf en wat is een hernia?

Wat is een tussenwervelschijf?

Een tussenwervelschijf (latijn = discus intervertebralis) vinden we in de wervelkolom tussen twee afzonderlijke wervels. Tussenwervelschijven bestaan uit een ring van verbindweefsel (latijn = annulus fibrosus) met in het midden een gelei-achtige kern (latijn = nucleus pulposus).
Ze zijn enigszins elastisch en dragen zo bij aan de schokdemping.

 

De tussenwervelschijven bestaan uit een buitenste annulus fibrosus, hetwelke het binnenste nucleus pulposus omringt.
De annulus fibrosus is een bindweefselring die krachten op gelijke mate verdelen over de gehele schijf.
De nucleus bestaat uit losse vezels in een mucoproteine gelei. De nucleus van de schijf gedraagt zich als een schokdemper die de impact van de dagelijke activiteiten absorbeert en de twee wervellichamen gescheiden houdt.
Wanneer een dier een hernia ontwikkelt wordt de gelei-achtige substantie van de nucleus pulposus niet meer tegengehouden door de annulus fibrosus. Dit veroorzaakt een uitstulping van de nucleus pulposus, waardoor soms druk uitgeoefend wordt op een zenuw die nabij de schijf gelegen is.


Een doorgesneden tussenwervelschijf ziet er zo uit. De pijl staat op de nucleus pulposus.

De annulus fibrosus kan scheuren door een kwetsuur of door het ouder worden. Hierdoor kan de nucleus pulposus buitentreden door de beschadigde bindweefselring. Dit wordt discus hernia genoemd.
Aan de dorsale zijde van de schijf treden verschillende belangrijke spinale zenuwen uit naar allerlei organen, weefsels, extremiteiten, etc.

Wat is een hernia

Een hernia is het uitpuilen van de tussenwervelschijf in het ruggemergkanaal waardoor er druk ontstaat op het ruggemerg met neurologische symptomen tot gevolg.

Het is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen bij de hond. Tussenwervelschijfdegeneratie is beschreven bij 84 hondenrassen maar komt het meest voor bij de kleine rassen.
Deze rassen hebben karakteristieke skelet afwijkingen waardoor ze gepredisponeerd zijn om discus degeneratie te ondergaan.

Er zijn eigenlijk twee types hernia, het type I en het type II. Het type I is gekarakteriseerd door disk herniatie waarbij de symptomen acuut optreden. De hond voelt zich vandaag super goed en staat morgen met een stijve en heel pijnlijke nek. Dit zien we het meest bij de kortbenige hondenrassen (shih tzu, laso apso, corgi, pekinees, chihuahua) maar ook de grotere hondenrassen zoals dobberman pinscher kunnen aan dit type nekhernia leiden.

>20% van alle discus problemen zijn gelocaliseerd in de nek
De meeste van deze patienten hebben als eerste symptoom nekpijn. Dit is zo als de discus wat druk geeft op het ruggemerg (zie figuur2).  Het hoofd en de nek worden in een gespannen stand gehouden en de dieren kunnen moeilijk buigen om te eten en te drinken. De nek lijkt verdikt maar dit komt door de spierspasmen.


Hier zie je een myelografie en een longitudinale doorsnede van een hond met een nekhernia.

Als de discus naar een kant uitpuilt kunnen we symptomen hebben aan een kant van het lichaam, de kant van de uitpuiling. De symptomen varieëren van manken op het voorbeen tot verlammingen (zie figuur 3).

Als de discus volledig ruptureerd dan hebben we symptomen op beide kanten van het lichaam. Zowel de voorkant als de achterkant kan geparalyseerd geraken (zie figuur 4).

>80% van de discus problemen liggen dus thv de rug of de lenden.
Hierbij hebben we voornamelijk symptomen op de achterhand en deze gaan van rug of lendenpijn tot volledige verlamming van de achterhand.