
In dierenkliniek Causus maken we voornamelijk gebruik van een gesloten inhalatie-anesthesie (via de ademhaling) met het zeer veilige isofluraan. Afhankelijk van diverse factoren kan er ook worden gekozen voor een injectie-anesthesie (via inspuiten in bloedvat of spier)
Als premedicatie gebruiken wij hier uitsluitend Domitor® omwille van het feit dat het door een ander middel te antagoneren is. Dit wil zeggen dat we door het toedienen van een andere medicament de werking van Domitor® kunnen opheffen.
Om de veiligheid van de narcose zo groot mogelijk te maken gebruiken wij ook bewakingsapparatuur zoals de capnograaf (ademhaling) en de pulse-oxymeter (bloed)
Er bestaat geen enkel narcosemiddel dat louter positieve eigenschappen heeft. Combinaties van verschillende narcosemiddelen worden daarom steeds vaker toegepast. Op deze manier worden de verhoudingen aangepast en dien je dan van beide middelen minder toe te dienen.
Premedicatie wordt toegediend ter voorbereiding op de operatie. Soms is het dier ook nerveus, of angstig , en daarom gaan we steeds bij het gebruik van van inhalatie-anaesthesie een injectie vooraf geven. Het dier wordt na dit "prikje" suf maar is nog niet in slaap. Door deze injectie worden ook een aantal belangrijke levensfuncties stabieler gemaakt.

De meest gebruikelijke toediening gebeurt via een injectie. De injectie kan gegeven worden in een spier of rechtstreeks in een bloedvat.
In dit laatste geval wordt er een naald in de ader ingebracht waarop een infuus wordt aangesloten.

In een anesthesie-apparaat vindt verdamping plaats van een vloeibaar anesthesiemiddel. Dit middel wordt vermengd met zuurstof. Soms kan deze zuurstof ook nog vermengd worden met andere gassen, bijvoorbeeld lachgas.
De functie van het anesthesietoestel bestaat erin om al deze componenten in de juiste hoeveelheid en de juiste verhouding toe te dienen aan de patiënt..
Dit is bij ieder dier en in alle omstandigheden weer anders, het moet dan ook regelbaar zijn tijdens de behandeling.
Via intubatie wordt het narcosemengsel toegediend. Dit gebeurt via een rubberen slangetje dat nauwkeurig in de luchtpijp werd aangebracht. Tijdens de inademing komt een deel van het narcosemiddel op deze manier in de longen van het dier terecht.
De dieren die in dierenkliniek Causus onder narcose worden gebracht worden nauwkeurig bewaakt via diverse apparatuur. Wij zijn voorzien van : capnografie, ECG, temperatuur bewaking van de patient, indirecte bloeddrukmeting en ook de zuurstofspanning in het bloed wordt continu gemeten (via oxyometrie)
Jong geleerd is oud gedaan, Bram bezig met de anaesthesiebewaking van "zijn" Husky
Een capnograaf (onder) en een toestel die temperatuur, ECG, Bloeddruk en PaO2 meet in het bloed
We hebben hier te maken met een volledig gesloten systeem. Hierdoor is het ook mogelijk om het dier te beademen.
Door op de ballon te drukken zal het gas in de longen van de patiënt terechtkomen (inademen), en als je de druk op de ballon vermindert vloeit er door de elasticiteit van de longen weer gas uit de longen naar de ballon toe (uitademen).
Op deze manier kan het ademen van een patiënt volledig worden overgenomen door het anesthesieapparaat. Dit systeem noemen we beademen.
Het einde van een narcose wordt bepaald door het moment dat de concentratie van een narcosemiddel in het lichaam te laag is geworden om de patiënt onder narcose te houden.
Het narcosemiddel kan het lichaam op verschillende manieren weer verlaten. Dit kan door: afbraak in organen, uitscheiding via urine, uitademing of antagoneren (d.w.z. een ander medicament toedienen dat de werking van het eerste opheft ).
Het voordeel van gas-anaesthesie is dat er een snel herstel plaatsvindt.