De periode tijdens de dracht, de geboorte en de keizersnede

De periode tijdens de dracht

De draagtijd van honden varieert van 57-72 dagen, met een gemiddelde van 62 dagen. De hele drachtigheidsperiode speelt zich af vrijwel zonder uitwendig waarneembare verschijnselen. Behalve dat natuurlijk de baarmoeder in omvang toeneemt, is er, ook al is de dracht nog lang niet ten einde, met een zekere regelmaat elektrische activiteit van de baarmoederwand te meten. Deze gaat gepaard met samentrekking van de baarmoeder in zijn geheel. Het zijn echter geen weeën die uitdrijving van de vrucht beogen. Hormonaal gebeurt er tijdens de dracht en ter inleiding van de geboorte ook het een en ander.

  • Progesteron is van belang voor het in stand houden van de dracht.
  • Prolactine zorgt voor het op gang komen van de melkgifte.
  • Cortisol is vlak voor de geboorte vooral bij de vruchten in hoge concentratie aanwezig en speelt een belangrijke rol bij de geboorte.
  • Oxytocine doet de baarmoeder samentrekken en zorgt ervoor dat de melkproductie op gang komt.

De voortplantingsprocessen worden via het endocriene stelsel gereguleerd. Tot dat endocriene stelsel behoren een aantal endocriene organen, zoals de hypothalamus, hypofyse, ovaria, testikels, bijnieren, en placenta. Het endocriene stelsel werkt echter niet zelfstandig, want het is wat zijn activiteiten betreft volledig afhankelijk van het centrale zenuwstelsel, vooral een specifiek onderdeel daarvan, de hypothalamus.

De versmelting van eicel en zaadcel vindt plaats in de eileider; 5-7 dagen later daalt de bevruchte eicel af in de baarmoeder, waar de innesteling van het embryo pas na 17-21 dagen plaats vindt. De vruchten zijn over beide baarmoederhoornen gelijk verdeeld. De vruchtblazen zijn vanaf 26 dagen duidelijk in de buik te voelen of met echografie zichtbaar te maken. Op een röntgenfoto zijn de puppies pas vanaf 45 dagen waarneembaar.

Vanaf de vijfde week dient het rantsoen opgevoerd te worden tot 150% van de normale dosering aan het einde van de dracht. Na de bevalling wordt de voederbehoefte veel groter, soms wel tot 300% van de normale dosis. De verhoogde voeding dient goed verdeeld te worden over meerdere porties per dag.

Tussen de 55-58 dagen spreken we van vroeggeboorten. De levensvatbaarheid ontstaat rond de 59e dag. Hoe groter de worp hoe korter de draagtijd, hoe kleiner de worp hoe langer de draagtijd. Bij drie pups of minder is echter de kans op puppysterfte na 67 dagen dracht vergroot; dan is over het algemeen een keizersnee de aangewezen oplossing.

Bij vier pups of meer geldt dit pas op 70e dag. Deze normen gelden natuurlijk alleen maar indien de teef geen symptomen van een naderende bevalling vertoont. Ongeveer 20 uur voor de bevalling daalt de temperatuur een halve tot anderhalve graad en het dier gaat zich voorbereiden op de geboorte. De teef zal weinig eten, soms zelfs braken, en zich vaak ontlasten en urineren; ze is onrustig en maakt graafbewegingen in het nest. Het is trouwens verstandig de teef al enkele weken voor de bevalling aan de werpruimte te laten wennen, waardoor ze tijdens het werpen rustig zal zijn.

De geboorte

Tijdens de ontsluitingsfase verliest de teef kleine beetjes vocht met soms wat bloed. De baarmoedermond wordt ontsloten. Deze fase duurt gemiddeld 12 uur, maar kan ook korter zijn.

Teven die voor de eerste keer werpen, worden vaak tijdens de uitdrijving van de eerste pup nerveus. Ze weten niet precies wat ze moeten doen en de hulp van de eigenaar is in dit geval noodzakelijk. Bij de geboorte van de eerste pup moet vaak 15 tot 45 minuten geperst worden voordat de pup geboren wordt.
De meeste pups worden in kopligging geboren, maar ook stuitligging is heel normaal bij de hond. De periode die verstrijkt tussen de geboorte van de verschillende pups is ongeveer 45 minuten maar wordt langer als de teef vermoeid raakt. Het komt echter ook voor dat de teef een uur of twee uur rust neemt en daarna weer verder gaat met werpen.
De placenta’s worden meestal direct met de pups afgedreven, waarna de teef de navelstreng doorbijt en de placenta opeet. Indien de teef de navelstreng zelf niet doorbijt, moet men de navelstreng enkele centimeters van de buik af met een schone draad afbinden. En de navelstreng met een schone schaar doorknippen.

Bij elke pup die geboren wordt zal de teef de pup uitvoerig likken. Hiermee wordt meteen de ademhaling gestimuleerd.