Bewegingstherapie

 

Orthopedische patiënten moeten in de meeste gevallen drie tot acht weken rustig gehouden worden (afhankelijk van de leeftijd en de ernst van het trauma) om een optimale heling te bekomen. Trauma van het bewegingsstelsel veroorzaken inactiviteit met atrofie van de spieren en een demineralisatie en verlies van 20 tot 50% in sterkte van beenderen.
Het doel van bewegingstherapie is om gewichtsverlies te promoten (minder stress op de gewrichten), een verbeterde gewrichtswerking te bekomen en pijn te verminderen. Spieren werken als een soort schokdemper en kunnen, indien ze versterkt worden, de gewrichten bijkomend beschermen. Contra-indicaties zijn kruisbandoperaties wegens het risico op artrose en acute ontsteking of gewrichtszwelling.

Beweging is goed voor het herstel van musculoskeletale aandoeningen. Gecontroleerde beweging is noodzakelijk om vermindering van de range of motion van gewrichten, eventuele spiercontracturen of demineralisatie van beenderen te voorkomen. Bij bijvoorbeeld femurkopexcisies moet er zo vlug en zo veel mogelijk bewogen worden om de aanmaak van een pseudogewricht te bevorderen. De therapie mag echter niet eerder gestart worden dan 10 dagen na de chirurgische behandeling om de wondheling niet te belemmeren.

 

Een dagschema bestaat uit korte periodes van beweging, afgewisseld met lange rustperiodes waarbij het lidmaat niet belast mag worden. Dit moet op regelmatige basis herhaald worden. De training mag niet te intensief starten wegens het risico op kraakbeenbeschadiging. Als na de oefening de gewrichtspijn groter blijkt te zijn moet de duur - maar niet de frequentie - met de helft verminderd worden. Gewrichtspijn moet onderscheiden worden van spierpijn door palpatie en het meten van de range of motion (bewegingshoeveelheid, ROM) vóór en na de oefening.

Range of motion bewegingen: deze kunnen passief of geassisteerd actief zijn.

  1. Passieve beweging : het passief stretchen van spieren en weefsels rond de gewrichten verbetert de range of motion. Het callogeen wordt beter georiënteerd in de wonde, de zwelling vermindert en het werkt pijnstillend.
    Passieve range of motion oefeningen worden volledig door een externe kracht geproduceerd zodat er geen spontane spiercontractie is bij de patiënt. Het doel hiervan is om de mobiliteit van gewrichten en zachte weefsels te bewaren, het behouden van spierelasticiteit, het verbeteren van de circulatie en het verminderen van oedeem. Ideaal moeten deze oefeningen binnen de eerste 2 dagen na hospitalisatie starten.Alle gewrichten van alle ledematen, uitgezonderd deze die verhinderd zijn door een orthopedisch kwetsuur, worden twee tot drie keer per dag fysiotherapeutisch behandeld. Gedurende elke sessie worden er minstens tien flexies (buigingen) en extensies (strekkingen) per gewricht uitgevoerd. Na flexie en extensie van individuele gewrichten moet het ganse lidmaat gedurende tien minuten over zijn hele range of motion kunnen bewegen zonder dat er pijn optreedt.

    Causus revalidatie massage

  2. Actieve beweging : er zijn verschillende manieren om aan actieve bewegingstherapie te doen. Gecontroleerde wandelingen aan de leiband, op en van trappen lopen of op een steile helling, het omhoog houden van de voor- en achterpoten van de hond om de andere helft te oefenen.Wandelingen aan de leiband veroorzaken weinig belasting en zijn goed om niet-getrainde honden aan een programma te doen wennen. Het is beter drie keer twintig minuten te wandelen, dan één lange wandeling van zestig minuten te maken. Om bijkomende spierversterking van een poot te verkrijgen kunnen er gewichtjes vastgemaakt worden aan de ondervoeten. Soms hebben honden een aanpassingsperiode nodig wanneer voor het eerst gewichtjes worden gebruikt.
    Het wandelen op trappen is een weinig belastende activiteit, dat vroeg gecombineerd kan worden met wandelen. Dit resulteert in verhoogde spiersterkte en cardiovasculaire stabiliteit. Bij honden met heupdysplasie waarbij de pelvische spieren moeten versterkt worden is het regelmatig laten opzitten vanuit een liggende positie nuttig. In het begin kan dit héél pijnlijk zijn en is het nodig het dier te assisteren met behulp van een touw of een handdoek rond de heupen. Zware inspanningen zoals springen en lopen moeten vermeden worden!!! Na de oefening is een afkoelperiode van minimaal tien minuten nodig. Daarna leggen we ijs gedurende vijftien tot twintig minuten op de pijnlijke gebieden om een eventuele ontsteking ten gevolge van de beweging te beperken.

    Actieve range of motion oefeningen zorgen voor een actieve contractie van de spier die het gewricht manipuleert. Deze oefeningen hebben dezelfde doeleinden als de passieve oefeningen maar zorgen ook voor het behouden van de fysiologische elasticiteit en contractiliteit. Ze geven ook een sensorische feedback en een stimulus voor het behouden van de beenintegriteit en ze verbeteren de circulatie. Verbale aanmoedigingen en lof zorgen ervoor dat de patiënt blijft meewerken tijdens de oefeningen.

    Onder actieve range of motion oefeningen vallen ook de geassisteerde actieve bewegingen. Deze worden gebruikt als de patiënt te zwak is om de oefening zonder hulp te doen. De therapeut moet het dier helpen met het beginnen of het vervolledigen van de oefening. Gedurende de actieve geassisteerde oefeningen moedigt de fysiotherapeut de patiënt continu aan om zijn lidmaat te bewegen door het kietelen van de poot of door een voorzichtige naaldprik. Sessies waarbij actieve bewegingen worden gebruikt moeten kort gehouden worden omdat het dier snel uitgeput geraakt. Als het dier artrose heeft, wordt gebruik gemaakt van warme kompressen op de gewrichten vlak voor de oefeningen, dit vergemakkelijkt de bewegingen.