Hoe werkt een CT scan?

Bij een CT-scan, ofwel computed tomografie, wordt er gebruik gemaakt van Röntgenstralen.
De scanner heeft een opening en daar wordt de tafel met de patiënt doorheen geschoven. Aan de ene kant van de opening bevindt zich een stralingsbron, aan de andere kant een detector die de Röntgenstralen opvangt. De stralen gaan dwars door de verschillende weefsels van de patiënt, die de stralen in een verschillende mate absorberen. De detector geeft deze verschillen in absorptie door aan een computer, die hieruit een beeld creëert. Niet alleen de beenderen, maar ook de weke weefsels (organen, spieren, vet…) worden zo zichtbaar gemaakt. Bepaalde processen, zoals tumoren, kunnen bovendien nog duidelijker zichtbaar gemaakt worden door het injecteren van een contraststof in een ader. De bloedvaten van een tumor laten de contraststof beter door, waardoor de tumor wit “aangekleurd” wordt.

De moderne scanners van tegenwoordig, zoals ook onze Philips Mx8000 dual, maken heel snel dwarse doorsneden van de patiënt en kunnen bovendien een driedimensionaal beeld reconstrueren.


Dit is onze CT-scan.

 


Hier zie je de computer die de beelden maakt en de computer in de kijkkamer, waar de beelden geïnterpreteerd worden.


Groot en klein kunnen in deze scanner.