HONDSDOLHEID OF RABIeS

Eigenschappen van het virus en ziektebestrijding.

Hondsdolheid is een RNA virus van de familie van de Rhabdoviridae. Het kan slechts enkele uren in de buitenwereld overleven bij kamertemperatuur en is gevoelig aan de meeste ontsmettingsmiddelen.
Alle zoogdieren zijn vatbaar voor rabiës. Het virus wordt overgedragen door een krab of een beet van een besmet dier.
Om aan te slaan moet het door de huid raken via een wonde. Het groeit verder in zenuwen en hersenen. Na enkele dagen tot weken ontstaan gedragsveranderingen, spierspasmen en op het einde verlamming.
Door slikmoeilijkheden is er meestal ook speeksel op de muil. Speeksel van aangetaste dieren bevat het virus en is de bron van verdere besmettingen.

Men onderscheidt twee cyclussen van verspreiding.

  • De stedelijke cyclus: het virus circuleert onder loslopende niet gevaccineerde honden en katten in dorpen en steden. Door nauw contact met deze honden kan de mens besmet raken. Deze overdrachtwijze is de belangrijkste in Afrika, Zuid Amerika, Azië en het Midden Oosten. Er vallen meestal ook veel menselijke slachtoffers.
  • De sylvatische cyclus: het virus circuleert onder allerlei wilde dieren, zoals vossen, egels, reeën en kleine roofdieren. Door contact met de wildfauna kunnen honden, katten, runderen, schapen en accidenteel ook de mens besmet raken. Deze overdrachtwijze is de belangrijkste in Europa. De mens raakt slechts sporadisch besmet.

Geografische spreiding.

Rabiës komt over de ganse wereld voor. In een aantal landen is rabiës reeds lange tijd niet meer vastgesteld, zij worden beschouwd als rabiësvrije landen; o.a. Oceanië, Japan, Scandinavië, Nederland, Engeland, Ierland, Spanje en Portugal.
In België komt rabiës vooral voor ten zuiden van Samber en Maas, over Luxemburg en verder naar Noord Frankrijk en Duitsland. Een aantal landen van het vroegere oostblok zijn nog steeds besmettingshaarden.

Ziektetekens

Bij de mens : tussen de besmetting (beet, krab,…) en de eerste ziektetekens (=incubatieperiode) verlopen 2 tot 8 weken in functie van de hoeveelheid virus, de ernst van de wonde en de plaats van de wonde (afstand tot de zenuwen). Eerst is er sprake van een licht veranderde gevoeligheid en later van extreme overgevoeligheid voor licht, geluid, spierspasmen, enz.
De dood volgt meestal tussen 2 en 6 dagen.

Bij de hond : eerst zijn er lichte gedragsveranderingen. Kort hierna wordt de hond agressief en gedraagt zich ongewoon. Hij bijt andere honden en mensen en gaat over grote afstanden ronddolen. De hond sterft tenslotte met verlammingsverschijnselen tussen 1 tot 11 dagen na aanvang van de klinische symptomen.

Bij de kat : de symptomen zijn grotendeels gelijklopend met deze van de hond. De kat is meer geëxciteerd. 2 tot 4 dagen na het begin van de symptomen treedt er verlamming van de achterpoten op.

Bij de vos : zelfde verloop als bij de hond: abnormaal gedrag, agressie en daarna verlamming.

Diagnose

De diagnose op het levende dier is nog steeds niet mogelijk op een betrouwbare manier. Vandaar dat verdachte dieren onder quarantaine geplaatst worden voor 2 weken.
Op het dode dier kan de diagnose met zekerheid gesteld worden m.b.v. een immunofluorescentietest of door kleuring van het hersenweefsel.
Er wordt ook steeds een muisproef ingezet. In België worden al deze onderzoeken in het Pasteurinstituut uitgevoerd.

Preventie

Hondsdolheid is een aangifteplichtige ziekte, dat betekent dat elke dierhouder verplicht is verdachte gevallen door te geven aan de diergeneeskundige inspecteur. Opletten voor wild met een abnormaal gedrag bv. een vos die mensen benadert.

Vaccineren van mensen die in contact kunnen komen met het virus, zoals dierenartsen, laboratoriumpersoneel, boswachters in endemische gebieden…

Honden moeten gevaccineerd worden voor buitenlandse reizen en in België in het gebied ten zuiden van Samber en Maas. Een gevaccineerde hond is beschermd tegen rabiës en kan de ziekte ook niet overdragen.

Eigenaars die met hun hond naar het buitenland willen moeten zich houden aan verschillende administratieve formaliteiten. Voor elk land zijn er verschillende eisen.
Meer uitleg vind je op : Reizen met honden, katten of fretten binnen en buiten de Europese gemeenschap

De belangrijkste preventieve maatregel is de vaccinatie van vossen. Jaarlijks wordt entstof, verstopt in lokaas, met een helikopter verdeeld over de bossen. Zo worden voldoende vossen beschermd tegen rabiës.