Reizen met honden, katten of fretten binnen en buiten de Europese Gemeenschap

Regels van toepassing vanaf 1 oktober 2004

De regels voor het verkeer van honden, katten en fretten ( gezelschapsdieren) tussen de lidstaten van de Europese gemeenschap werden geharmoniseerd. Deze regelgeving (EU verordening 998/2003/EG) wordt van kracht op 1 oktober 2004. De hond, kat of fret uit de Europese Unie dient vanaf die datum, wanneer hij deelneemt aan het intracommunautaire verkeer, geïdentificeerd, gevaccineerd tegen hondsdolheid en in het bezit van een gestandaardiseerd en door de dierenarts ingevuld paspoort te zijn. Zweden, het Verenigd Koninkrijk ,Ierland en Malta mogen voorlopig hun huidige strengere nationale wetgeving nog handhaven.

In België zal dit paspoort ook binnen de landsgrenzen aangewend worden als bewijs van de identificatie en de registratie van honden. Voor katten en fretten zal het paspoort enkel nodig zijn voor reizen buiten België.

Algemene regels

Voor het reizen binnen de Europese Gemeenschap met honden, katten en fretten gaan vanaf 1 oktober 2004 volgende algemene regels gelden: een paspoort, een verplichte identificatie en een vaccinatie tegen hondsdolheid. Voor bepaalde landen is bijkomend een behandeling tegen wormen en/of teken vereist (zie II 2)

  • Paspoort :

Honden, katten en fretten dienen te beschikken over een paspoort. Het model van dit paspoort is hetzelfde in alle landen die lid zijn van de Europese Gemeenschap en vervangt alle tot hiertoe gebruikte paspoorten en soortgelijke documenten.
Het vermeldt de identificatie van het dier (microchip of tatoeage),de beschrijving van het dier en de naam en het adres van de eigenaar. Het zal afgeleverd worden op het ogenblik van de identificatie of na vaccinatie tegen hondsdolheid. Deze vaccinatie kan slechts uitgevoerd worden na de controle van de identificatie van het dier.
Voor geïdentificeerde dieren met nog een geldig vaccinatiecertificaat van het oud regime gelden overgangsmaatregelen

  • Identificatie :

Eigenaren die hun hond, kat of fret willen meenemen op reis zijn verplicht, indien dit nog niet gebeurd is, een identificatie bij hun dier te laten aanbrengen. In België wordt de ‘elektronische transponder’ (microchip) gebruikt die onderhuids wordt aangebracht door de dierenarts.
Naast de chip is tatoeage voorlopig ook als identificatie toegestaan behalve voor dieren die reizen naar het Verenigd Koninkrijk, Ierland of Zweden.

  • Vaccinatie tegen hondsdolheid :

Honden, katten en fretten dienen na de leeftijd van 3 maand ingeënt te zijn tegen hondsdolheid.

1. De dieren werden ingeënt voor 1 oktober 2004

Het oude vaccinatiecertificaat voor honden en katten (voor zover deze geïdentificeerd zijn – zie punt 2) blijft geldig voor zover de geldigheidsduur van het certificaat zoals vastgelegd in de wetgeving van kracht voor 1 oktober 2004, niet overschreden is.
Nog geldig vaccinatieattest :

  • voor UK,Ierland en Malta : enkel document afgeleverd door de dierenarts en gevalideerd door de inspecteur-dierenarts voor 1 oktober 2004
  • voor Zweden : model vaccinatieattest zoals bepaald door Zweden en gevalideerd door de inspecteur-dierenarts voor 1 oktober 2004
  • voor andere landen van de EG : officieel vaccinatiecertificaat afgeleverd voor 1 oktober 2004 en waarvan de geldigheidsduur ( 1 jaar na vaccinatie) nog niet verstreken is op het ogenblik dat de reis wordt aangevat.

Opgelet : indien U op reis gaat naar een land dat niet voorkomt op de lijst in verordening 592/2004 en terugkeert na 1 oktober 2004 dient de bloedtest, zoals beschreven in het punt over de wederinvoer, uitgevoerd te worden voor het vertrek!

2. De dieren worden ingeënt na 1 oktober 2004 (primo-vaccinatie of herhalingsvaccinatie)

De dierenarts noteert deze inenting in het paspoort na de identificatie van het dier te hebben gecontroleerd. De geldigheidsduur van de inenting hangt af van het gebruikte vaccin en kan dus langer zijn dan één jaar.

Bijzondere regels

1° Dieren jonger dan 3 maanden :
Wie zijn dier dat jonger is dan 3 maand wil meenemen, dient eerst te informeren bij het land van bestemming of dit land dit toelaat.

Reizen naar het Verenigd Koninkrijk,Ierland,Malta, Zweden en Finland :
Deze landen mogen hun bestaande nationale wetgeving verder blijven toepassen.

Voor het Verenigd Koninkrijk , Ierland en Malta

Het “pet travel scheme”. D.w.z.enkel honden en katten die tenminste 6 maand in West Europa hebben verbleven, enkel identificatie met een microchip toegestaan, bloedafname na vaccinatie voor de bepaling van de antistoftiter gevolgd door een klinisch onderzoek 6 maanden na de bloedafname. Het onderzoek van het bloedstaal dient te gebeuren in het Pasteur Instituut (WIV). Voor honden en katten die werden ingevoerd uit een land dat geen lid is van de Europese gemeenschap dienen al deze onderzoeken in België te gebeuren.
Er is tevens een behandeling tegen wormen en teken vereist die dient uitgevoerd te worden tussen 48 en 24 uur voor het vertrek. Deze laatste behandeling dient tevens geattesteerd te worden door de dierenarts.

Voor Zweden

Bloedtest vereist tussen de 4° en de 12° maand na vaccinatie voor bepaling van de antistoftiter. Het onderzoek van het bloedstaal dient te gebeuren in het Pasteur Instituut (WIV). Ook voor dit land is een behandeling tegen wormen en teken vereist welke dient uitgevoerd te worden tussen de 48 en 24 uur voor het vertrek. Deze laatste behandeling dient tevens geattesteerd te worden door de dierenarts.
Nb : Het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta en Zweden moeten hun nationale wetgeving voor het verkeer met fretten nog mee delen. De vaccinatie is vereist, de bloedtest evenwel niet.

Voor Finland

Naast de vaccinatie is ook een wormbehandeling vereist.

Voor Cyprus

Naast de vaccinatie is ook een wormbehandeling en een behandeling tegen teken vereist.

3° Reizen naar een land dat geen lid is van de Europese Gemeenschap :
De voorwaarden worden bepaald door het land van bestemming. Indien er onduidelijkheid bestaat over de juiste voorwaarden dient men zich te informeren bij de ambassade van het betrokken land.

Wederinvoer in de de Europese Gemeenschap na een reis naar een land dat geen lid is van de de Europese Gemeenschap en dat niet voorkomt op de lijst die door de EG wordt vastgelegd :
De voorlopige lijst vindt U in verordening 592/2004 van de Commissie van 30 maart 2004.

Wil men na de reis vlot kunnen terugkeren vanuit een land dat niet voorkomt op deze lijst dan dient bij zijn hond of kat een bloedtest te laten uitvoeren voor vertrek. Deze bloedtest dient te gebeuren ten minste 30 dagen na de vaccinatie. Het onderzoek van het bloedstaal dient te gebeuren in het Pasteur Instituut (WIV).

Reizen naar België vanuit een land dat geen lid is van de EG :
De dieren dienen vergezeld te zijn van een individueel certificaat waarvan het model op Europees niveau werd vastgelegd. De gezondheidsvoorwaarden verschillen naargelang het land van herkomst.
Voor België is enkel een vaccinatie tegen hondsdolheid en geen bloedonderzoek vereist voor landen die voorkomen op de Europese lijst ( EG 592/2004). Voor de andere landen is tevens een bloedtest vereist die dient te uitgevoerd 30 dagen na de vaccinatie en 3 maanden voor de aankomst. Deze bloedtest dient uitgevoerd te zijn in en daartoe erkend labo Deze lijst kan geraadpleegd worden op het volgende internetadres:

http://www.forum.europa.eu.int/irc/sanco/vets/info/data/lab/lab.htm

Dit certificaat blijft 4 maanden geldig te rekenen vanaf de datum van ondertekening van het certificaat door de bevoegde dierenarts. Het resultaat van deze bloedtest blijft het ganse leven van het dier geldig, op voorwaarde dat de vaccinatie tegen hondsdolheid regelmatig en binnen de geldigheidsduur van de vorige vaccinatie wordt uitgevoerd.

Wanneer wordt een paspoort afgeleverd?

Bij nog niet geïdentificeerde dieren :
Op het ogenblik van de identificatie zal de identificeerder een paspoort afleveren. Bij reeds geïdentificeerde dieren die nog niet gevaccineerd zijn of waarvan de geldigheidduur van het vaccinatieattest verstreken is: op het ogenblik van de eerstvolgende vaccinatie zal de dierenarts na controle van de identificatie en na de vaccinatie een paspoort afleveren.

Bij reeds geïdentificeerde dieren met nog een geldig vaccinatieattest) :
Deze dieren dienen tijdens de overgangsregeling niet te beschikken over een paspoort. Het oude nog geldige vaccinatieattest volstaat. Indien men dit wenst kunnen de oude registratiedocumenten tegen een vergoeding via de dierenarts ingeruild worden tegen een Europees paspoort. Het nog geldige vaccinatieattest hoeft niet overgenomen in het paspoort. Wel dient dit vaccinatiecertificaat op reis meegenomen samen met het paspoort.

Documenten niet in orde?

Als de papieren van het gezelschapsdier niet in orde zijn, kan het dier in bewarend beslag worden genomen. Gevolgen kunnen zijn:
1) het dier wordt in quarantaine geplaatst totdat het voldoet aan de gezondheidsvoorschriften
2) het dier wordt teruggezonden naar het land van herkomst.
Als quarantaine of terugzenden geen opties zijn, kan in het uiterste geval euthanasie op het dier worden toegepast. Alle extra kosten zijn ten laste van de eigenaar van het dier.