Bloedarmoede of anemie

Inleiding

De hemoglobine is een ijzerhoudend eiwit dat is opgeslagen in de rode bloedcellen. Honderd milliliter bloed bevat onder normale omstandigheden 11 tot 15 gram hemoglobine. Bloedarmoede gaat meestal gepaard met een vermindering van het aantal rode bloedcellen.

De gevolgen van bloedarmoede voor het organisme worden duidelijk uit de rol van de hemoglobine en de rode bloedcellen. Aan de hemoglobine is zuurstof gebonden. Deze zuurstof kan echter ook weer worden afgegeven. Als het bloed door de longen stroomt wordt zuurstof gebonden aan de hemoglobine die hierdoor overgaat in oxyhemoglobine.

In de weefsels vindt het omgekeerde proces plaats: zuurstof wordt afgestaan en hemoglobine blijft over. Een tekort aan hemoglobine leidt dus onherroepelijk tot een min of meer ernstig zuurstofgebrek in de weefsels. Het zuurstofgebrek is natuurlijk in de eerste plaats afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof die onder bepaalde omstandigheden nodig is.
Bij het verrichten van oefeningen zal het gevolg van de bloedarmoede zich eerder uiten. In de tweede plaats worden de verschijnselen van bloedarmoede in hoge mate bepaald door de organen die het gevoeligst zijn voor zuurstofgebrek, namelijk de hersenen en de spieren (vooral ook de hartspier).

Op de voorgrond staan de volgende ziekteverschijnselen:

  • vermoeidheid
  • duizeligheid
  • kortademigheid
  • hartkloppingen

Dit laatste moet worden gezien als een poging tot aanpassing : het hart probeert door verhoging van het hartritme en het slagvolume het bloed sneller rond te pompen - het zogenaamde hartminuutvolume te verhogen - om het zuurstoftekort in de weefsels te bestrijden. Dieren die lijden aan bloedarmoede hebben bleke slijmvliezen.

Het vaststellen van bloedarmoede moet altijd met een laboratoriumonderzoek worden bevestigd. Niet alleen levert dit het bewijs van het bestaan van bloedarmoede, maar het geeft bovendien aanknopingspunten voor de ontstaanswijze en voor een zinvolle behandeling.

Indeling

Het is gebruikelijk de anemieën in te delen naar de verhouding tussen het hemoglobinegehalte en het aantal rode bloedcellen.

Men kan nu een drietal typen bloedarmoede onderscheiden:

  1. Hypochrome anemie : het hemoglobinegehalte van het bloed is procentueel sterker gedaald dan het aantal rode bloedcellen.
  2. Hyperchrome anemie : het aantal rode bloedcellen is sterker gedaald dan het hemoglobinegehalte.
  3. Normochrome (chroma = kleur) anemie : het hemoglobinegehalte en het aantal rode bloedcellen zijn in gelijke mate gedaald.

De hypochrome anemie komt verreweg het meeste voor en wordt bijna altijd veroorzaakt door ijzergebrek.

Naast die drie types hebben we nog twee andere onderverdelingen :

  1. Regeneratieve : Rode bloedcellen hebben een beperkte levensduur en worden voortdurend aangemaakt door het beenmerg. Maar als het aantal rode bloedcellen abnormaal daalt, reageert het beenmerg door de productie te verhogen. In de microscoop zijn dan heel wat “jonge rode bloedcellen” zichtbaar die groter zijn dan hun “oudere leeftijdsgenoten”. In dat geval spreken we van regeneratieve anemie.
  2. Niet regeneratieve anemie : Bij sommige ziekten wordt anemie echter veroorzaakt door een stoornis van het beenmerg zelf of van
    een orgaan dat het stimuleert bij de productie van rode bloedcellen (de nieren bijvoorbeeld). We spreken dan van “niet-regeneratieve” anemie.

Hypochrome anemie

De belangrijkste oorzaak van een hypochrome anemie, waarbij dus het hemoglobinegehalte per erytrocyt te laag is, is chronisch bloedverlies. Oorzaken kunnen zijn : bloeding uit zweren in het maag-darmkanaal, bloedingen uit kwaadaardige gezwellen.
Ook schijnbaar onschuldige aandoeningen, zoals neusbloedingen die herhaaldelijk optreden, kunnen de oorzaak zijn van een hypochrome anemie. Bij chronische infecties en bij kwaadaardige gezwellen of kwaadaardige aandoeningen van de bloedbereidende organen kan bloedafbraak een oorzaak zijn van de aandoening. (Vb: bij haemangiosarcoma's)

Het laboratoriumonderzoek wijst uit dat het aantal erytrocyten verhoudingsgewijs minder is gedaald dan het hemoglobinegehalte. De erytrocyten zijn bleek en kleiner (hypochrome microcyten) dan normaal. Meestal is het aantal witte bloedcellen (leukocyten) normaal, zo ook is er een normaal aantal bloedplaatjes.

In het beenmerg zijn tekenen aantoonbaar van een versterkte aanmaak van cellen. Het ijzergehalte van het bloedplasma is zeer laag en de totale bindingscapaciteit van ijzer is meestal verhoogd zodat het verzadigingspercentage laag is.
Door onderzoek van de urine, de ontlasting, het maagsap en dergelijke zal men trachten de bron van het eventuele bloedverlies op te sporen.

De therapie is natuurlijk de primaire oorzaak aanpakken.

Hyperchrome anemie

Bij een hyperchrome anemie is het aantal erytrocyten sterker is gedaald dan het hemoglobinegehalte van het bloed.

De oorzaak ligt meestal in een tekort aan foliumzuur of in een vitamine B12-tekort en wel doordat deze vitamine niet uit de voeding wordt opgenomen vanwege het feit dat een bepaalde stof (intrinsic factor) ontbreekt. Vitamine B12 moet als factor van buiten (extrinsic factor) aan deze intrinsic factor uit cellen van de maagwand gekoppeld worden teneinde in de lever zijn bijdrage te leveren aan de synthese van moleculen die van belang zijn voor de aanmaak van de membranen (wanden) van de rode bloedlichaampjes. Aan het ontbreken van de intrinsic factor ligt bijna altijd een maagaandoening ten grondslag.

De rode bloedcellen zijn te groot en onregelmatig en het gehalte aan hemoglobine is dan ook hoger dan normaal. De aanwezigheid van deze grote vormen wijst erop dat het normale rijpingsproces is gestoord, daarnaast is de bloedafbraak versterkt.

De behandeling bestaat in het begin uit het geven van een hoge dosis vitamine B12 per injectie teneinde de lege depots in het lichaam zo snel mogelijk aan te vullen. Meestal voelt de patiënt zich na enkele dagen reeds beter. Ook de neurologische stoornissen, indien licht van aard, reageren hierop meestal gunstig. Verder worden additionele dieetmaatregelen voorgeschreven.

Normochrome anemie

Dit type bloedarmoede wordt gekenmerkt door een hemoglobinegehalte en aantal erytrocyten procentueel gelijk zijn gedaald.

Bij acuut bloedverlies ontstaat een acute anemie, die aanvankelijk normochroom is, er is dan ook geen afwijking van de rode bloedlichaampjes aanwezig.

Men ziet dit type anemie niet alleen bij groot bloedverlies, maar ook bij chronische nierontsteking, loodvergiftiging, bij enkele typen chronische beenmergziekten.

Verschijnselen zijn de algemene symptomen, zoals vermoeidheid, duizeligheid, wazig zien, kortademigheid en hartkloppingen.
De behandeling is causaal : het komt voor dat het geven van bloedtransfusies onvermijdelijk is.

Hemolytische anemie

Dit is een aandoening die wordt gekenmerkt door een versterkte afbraak van rode bloedcellen. De oorzaken kunnen zeer gevarieerd zijn. Zo kan de stoornis zijn gelegen in de erytrocyten zelf; deze is dan meestal erfelijk bepaald. Een andere stoornis kan ontstaan doordat de normale erytrocyten in abnormale omstandigheden komen te verkeren; de stoornis is dan verworven.

Ook kan afbraak (hemolyse) van de rode bloedcellen optreden bij transfusies en resusantagonisme.

De patiënt ziet meestal bleek en heeft duidelijk een gele huid en geel oogwit. Vaak wordt een vergrote milt waargenomen.