Rode bloedcellen : ontstaan en functie

Algemene informatie

De hematopoëse is een proces waarbij uit een multipotente stamcel in het rode beenmerg bloedcellen gevormd worden.

Rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes hebben maar een beperkte levensduur. Zij dienen daarom voortdurend vervangen te worden door nieuwe cellen. De stamcellen in het rode beenmerg zorgen hiervoor. Deze stamcellen hebben in zich nog de mogelijkheden om uit te rijpen (te differentiëren) in de verschillende soorten bloedcellen.

Dit proces verloopt als volgt: Onder invloed van groeifactoren gaan de stamcellen zich delen. Na de celdeling zal één cel stamcel blijven (deze zal zich na een tijd weer opnieuw delen), terwijl de andere cel verder zal gaan uitrijpen. De uitrijpende cellen in het beenmerg kunnen in drie soorten verdeeld worden: voorlopers van de witte bloedcellen, voorlopers van rode bloedcellen, en voorlopers van bloedplaatjes.

De verdere uitrijping van deze cellen heet naar de cellen die het uiteindelijke resultaat zullen zijn :

  1. Leukopoëse, de vorming van leukocyten of witte bloedcellen
  2. Erytropoëse, de vorming van erytrocyten of rode bloedcellen
  3. Thrombopoëse, de vorming van thrombocyten of bloedplaatjes

Wanneer een voorlopercel steeds verder in het proces komt, rijpt hij steeds verder uit, en zijn er steeds minder verschillende soorten bloedcellen als eindresultaat mogelijk.

Uitleg in detail : rode bloedcellen

  • Ontstaan

De rode bloedcellen, ook wel erytrocyten genoemd, zien er, onder de microscoop, uit als rode schijven (met een diameter van 0,007 - 0,008 mm).
Het woord erythrocyt komt uit het Griekse erythros voor "rood" en kytos for "holte" (tegenwoordig vertaald als cel).


rode bloedcellen onder de microscoop.

De rode bloedcellen worden gemaakt in het rode beenmerg. Dit is aanwezig in de platte botten en in de uiteinden van de ronde botten in het lichaam van onze huisdieren. Er worden duizenden rode bloedcellen per seconde geproduceerd in het rode beenmerg. Ook de witte bloedcellen worden in het rode beenmerg gemaakt. Het is zelfs zo dat alle bloedcellen afkomstig zijn uit gemeenschappelijke stamcellen in het beenmerg. Tijdens de verdere delingen differentiëren ze zich in de verschillende typen cellen.

Na de laatste deling en vóórdat de rode bloedcellen in de bloedstroom worden losgelaten, produceren ze grote hoeveelheden hemoglobine en verliezen daarna hun kern. Het afgesplitste deel met de kern wordt vervolgens opgeruimd door macrofagen. Na twee dagen in de bloedbaan hebben de cellen ook hun mitochondriën en ribosomen verloren.
De afsplitsing van de kern vindt trouwens alleen plaats bij zoogdieren; alle andere gewervelden hebben rode bloedcellen mét een kern.

Eenmaal in het bloed aangekomen hebben rode bloedcellen een gemiddelde levensduur van 120 dagen. In deze periode wordt continu zuurstof van de longen naar de weefsels getransporteerd, kooldioxide uit de weefsels omgezet in koolzuur, en in de longen het koolzuur weer omgezet in kooldioxide.

Oude en beschadigde cellen worden uiteindelijk in de lever en milt opgeruimd door macrofagen. Dit zijn grote amoebe-achtige bloedcellen die gespecialiseerd zijn in de fagocytose (het opslokken) van ongewenste deeltjes en cellen die al dan niet zijn gebonden met antilichamen. Ook rode bloedcellen die per ongeluk door de vaatwanden in de weefsels terechtkomen ondergaan hetzelfde lot. De herkenning van de cellen die verwijderd moeten worden is een nog grotendeels onopgehelderd proces. Men denkt dat in veel gevallen antilichamen binden aan beschadigde cellen, waarna herkenning en fagocytose door macrofagen volgt.
Geoxideerde rode bloedcellen kunnen echter ook in een antilichaam-onafhankelijke manier herkend worden door macrofagen.
Hoe dan ook, er worden duizenden rode bloedcellen per seconde geproduceerd in het beenmerg, dus eenzelfde aantal wordt weer per seconde verwijderd uit de bloedbaan door lever en milt.
De voedingsstoffen die daarbij vrijkomen worden weer afgegeven aan het bloed. Met name het ijzer uit het hemoglobine wordt grotendeels weer hergebruikt voor de aanmaak van nieuw hemoglobine.De belangrijkste taak van rode cellen is het opnemen van zuurstof uit de longen om dit naar alle organen in het lichaam te vervoeren.

  • De functie van de rode bloedcellen

Om deze functie te kunnen uitvoeren, bevatten de rode bloedcellen hemoglobine, de stof die bloed de rode kleur geeft. Hemoglobine bevat ijzeratomen die zuurstof binden. Rode bloedcellen hebben een groot oppervlak om in de longen zuurstof op te nemen, maar ze zijn ook zo elastisch dat ze door de kleinste bloedvaatjes heen kunnen. De rode bloedcellen staan de zuurstofmoleculen pas weer af in de organen en weefsels. Daar wordt het zuurstof geruild tegen koolstofdioxide, een afvalproduct van de cellen in de organen en weefsels. De rode bloedcellen transporteren het koolstofdioxide mee terug naar de longen, waar het vervolgens door uitademen het lichaam verlaat.

Op de celwand van de rode bloedcellen bevinden zich membraanstructuren, met name glycoproteïnen; dit zijn eiwitten waaraan suikergroepen zijn verbonden. Deze structuren kunnen van individu tot individu verschillen. Ze zijn dan verantwoordelijk voor de verschillende bloedgroepen, waarvan er bij honden een 8 en bij katten een drietal belangrijk zijn. Belangrijk met het oog op bloedtransfusies.

Het woord erythrocyt komt uit het Griekse erythros voor "rood" en kytos for "holte" (tegenwoordig vertaald als cel).