De behandeling van atopische dermatitis

  • Allergeen vermijden

De allergenen waar de patiënt allergisch aan is vermijden.
Bijvoorbeeld vlooienbestrijding wanneer de hond of kat een vlooienallergie blijkt te hebben.
Huisstofmijten (Dermatophagoïdes farinae en D. pteronyssinus) bestrijden door frequent te stofzuigen en het huis te behandelen met antiparasitaire middelen indien het dier allergisch reageert op deze mijt.

  • Specifieke immunotherapie

Als we via een specifieke huidtest of via bloedonderzoek voor antistofbepaling, weten tegenover welke allergenen de hond of kat allergisch is dan kunnen we het dier trachten de desensibiliseren.

Hiervoor spuiten we de patiënt in met een progressief stijgende dosis van het allergeen waar het dier allergisch voor is. Het lichaam gaat hierop reageren door “blokkerende antistoffen” te vormen tegen dat allergeen waardoor de vrijstelling van jeukfactoren door de mastcellen verminderd wordt.

  • Corticosteroïden

Dit zijn eigenlijk de meest krachtige jeukremmers. Wanneer deze op een verstandige manier gebruikt worden binnen een afbouwschema, dan staan wij volledig achter een dergelijke behandeling.
De dieren voelen zich onmiddellijk beter omdat de cortico’s goed opgenomen worden in de bloedbaan en zo onmiddellijk op de jeukplaatsen kunnen inwerken.
We trachten steeds de minimaal effectieve dosis te bepalen. Meestal kunnen we de patiënten op een “alternated day therapy” zetten (om de andere dag). Belangrijk is dat de corticosteroïden voor de honden ’s morgens en voor de katten ’s avonds gegeven worden.

  • Cyclosporine A

Dit medicijn is de “zilveren kogel” voor de dermatoloog. Het is op de markt onder vorm van ATOPICA en heeft in verschillende studies bewezen dat het minstens even effectief is als cortico’s maar met minder neveneffecten.

Als belangrijkste neveneffecten zien we braken en diarree. Deze kunnen echter voorkomen worden door 20 minuten voor het toedienen van de Cyclosporine A, Primperan te geven.
De begindosis is 5mg/kg/dag en als we verbetering zien dan kunnen we overschakelen op een lagere dosis en een grotere spreiding in tijd.

  •  Antibiotica en anti-schimmelproducten

Secundaire bacteriële en/of schimmelinfecties zijn een veel geziene complicatie bij ATD. Dit resulteert in oppervlakkige of diepe pyodermatitis.

Deze moet grondig aangepakt worden met antibiotica en eventueel een behandeling tegen Mallassezia pachydermatis. De behandeling moet voldoende lang gevolgd worden. De dosis moet voldoende hoog zijn en de eigenaars moeten af van het idee dat antibiotica “slecht” is voor de gezondheid.

  • Antihistaminica

Deze blokkeren de histaminereceptoren op de mastcellen. Er zijn 2 soorten histaminereceptoren: H1 en H2 receptoren. De H1 receptoren zijn verantwoordelijk voor de jeuk en de roodheid bij de hond of kat met atopische dermatitis. De H2 receptoren regelen de zuurtegraad in de maag en hebben geen effect op de jeuk. Wij werken met specifieke H1-blokkers.

  • Lokale behandeling

Deze producten worden vaak gebruikt in de humane dermatologie maar krijgen de laatste 10 jaar ook in de veterinaire dermatologie voet in de aarde.
Er zijn verschillende shampoos op de markt die bij honden en katten met ATD kunnen helpen tegen jeuk en pyodermatitis.
De shampoos bevatten benzoylperoxide of chloorhexidine en ontsmetten de huid. Het is belangrijk om de shampoo verschillende minuten te laten inwerken en dan GOED na te spoelen.

  • Omega 3-6 vetzuren

Wat zijn essentiel vetzuren?

Omega-3 en omega-6 vetzuren, soms ook vitamine F genoemd, zijn meervoudig onverzadigde vetzuren. Het zijn zg. essentiële vetzuren, wat betekent dat ons lichaam ze nodig, maar ze niet zelf kan aanmaken en dus uit de voeding moet halen, net zoals vitamines.


Schematische voorstelling van de vetzuren.

Soorten Omega 3 vetzuren

Alfa-linoleenzuur is het oorspronkelijke omega-3 vetzuur dat wordt gebruikt bij de vorming van celmembranen. De beste voedingsbronnen zijn lijnzaad en donkere bladgroenten (vooral postelein, munt, waterkers, spinazie en zeewier), noten (vooral walnoten) en peulvruchten.

EPA (eicosapentaeenzuur) wordt aangemaakt uit alfa-linoleenzuur. Het zou bescherming bieden tegen hartaanvallen (door de neiging van bloed om te klonteren te doen afnemen) en is nodig om anti-inflammatoire prostaglandines aan te maken.

DHA (docosahexaeenzuur) is ook een derivaat van alfa-linoleenzuur, en is nodig voor de goede ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel. De voornaamste bron is visolie. Vegetariërs kunnen DHA uit bepaalde zeewieren halen (bijvoorbeeld blauwgroen zeewier), wat ook de DHA-bron is van de vissen zelf.

Functie van de vetzuren

De afgeleiden van omega-3 spelen een belangrijke rol bij het goed doorlaatbaar maken van de celmembranen. Op deze wijze helpen omega-3 vetzuren bij het transport (en dus ook de werking) van hormonen, eiwitten en enzymen door de celwandjes heen.
Ook vormt het lichaam hormoonachtige verbindingen uit deze vetzuren. Uit EPA kunnen eicosanoiden (Prostaglandines , Prostacycline, Thromboxanen en Leukotrienes) worden gevormd. Deze eicanosiden hebben invloed op de bloeddruk, ontstekingsziekten en de functies van de bloedplaatjes.
Ook hebben ze invloed op het triglyceride- en cholesterolgehalte van het bloed, en dus een positieve invloed op hart- en vaatziekten.
Visolie (2g/d) gedurende 2 jaar vertraagt bij nierpatiënten het verlies van de nierfunctie.