Hypothyroïdie

De schildklier en zijn functie

De schildklier ligt in de hals net onder het strottenhoofd. Hij bestaat uit twee kwabben die voor en aan de zijkant van het bovenste gedeelte van de luchtpijp liggen. De kwabben zijn verbonden door een brug van weefsel en er kan een kleinere middenkwab aanwezig zijn.
De schildklier maakt het thyroxine. Wanneer de klier onder een microscoop Iigt zijn er veel kleine follikels te zien. Dit zijn weefseleilandjes die colloïde bevatten, een eiwit waaraan het thyroxine gebonden is en waarvan het vrij gemaakt kan worden door middel van enzymen.

De functie van thyroxine is niet op een bepaald gebied gericht. Het wordt door de klier afgestaan en dan waarschijnlijk door alle cellen van het bloed opgenomen. Er lijkt een receptor aan de oppervlakte van de celkern aanwezig te zijn, die op het hormoon reageert.
Het belangrijkste effect van het hormoon is het verhogen van de hoeveelheid energie die de cel gebruikt en van de hoeveelheid eiwit die de cel aanmaakt. Hoewel de rol van het hormoon niet precies gekend is, is het essentieel voor het leven.

De schildklier bevat jodium, dat essentieel is voor zijn functioneren. Het is het enige orgaan van het lichaam, dat jodium nodig heeft.
Het wordt uit het bloed gehaald en een tekort aan jodium in het voedsel geeft een slecht functionerende schildklier.
Zoals vele van de endocriene klieren, staat de schildklier onder controle van de hypofyse. Wanneer de hypofyse TSH (schildklier stimulerend hormoon) produceert, wordt de hoeveelheid thyroxine die de klier afgeeft, verhoogd.
De hoeveelheid TSH van de hypofyse gaat omhoog als het thyroxine gehalte in het bloed omlaag gaat en andersom. Zo wordt het thyroxinegehalte in het bloed relatief constant gehouden. De hypofyse zelf staat weer onder invloed van de hypothalamus en het TSH gehalte wordt hoger wanneer de hypothalamus een stof TRH (thyroid releasing hormoon) afgeeft.
Dit wordt nog ingewikkelder, doordat het thyroïd hormoon in twee vormen wordt geproduceerd. Dit is afhankelijk van het aantal jodiumatomen dat het bevat. Het grootste deel is in de vorm van tetrajoodthyronine (met vier jodiumatomen en bekend als T4). Maar het hormoon dat op celniveau actief is, is trijoodthyronine (bekend als T3). Hoewel de klier wat T3 aan het bloed afgeeft, bestaat de grootste afgifte uit T4 dat in de weefsels in T3 wordt omgezet.

Aan de achterkant van de schildklier liggen de bijschildklieren. Zij controleren het calciumgehalte van het lichaam. Calcium is een onontbeerlijk mineraal. Niet alleen omdat het het belangrijkste element is voor de aanmaak van beenderen en tanden maar ook omdat het een centrale rol speelt in de werking van spieren en zenuwcellen.
Het calciumgehalte in het lichaam moet binnen bepaalde grenzen blijven om de spieren goed te laten werken. Dit wordt gereguleerd door het parathormoon van de bijschildklieren. De opname van calcium in het bloed wordt gereguleerd door vitamine D die we krijgen door zonlicht en voedsel, en het PTH of parathormoon.
Wanneer het calciumgehalte te laag is geven de bijschildklieren een verhoogde hoeveelheid parathormoon af dat ervoor zorgt dat de beenderen calcium afstaan aan het bloed.
Is er te veel calcium in het bloed, dan wordt er minder PTH gemaakt en verlaagt de calciumspiegel. De bijschildklieren zijn zo klein dat ze bijna niet te vinden zijn.

Wat is hypothyroïdie

Hypothyroïdie is een tekort aan schildklierhormonen. Dit kan door drie dingen komen:

  1. een aandoening waardoor de schildklier zelf niet genoeg schildklierhormonen (thyroxine en tri-joodthyronine) kan maken, primaire hypothyroïdie.
  2. een aandoening aan de hypofyse die de werking van de schildklier en dus de aanmaak van schildklierhormonen reguleert, secundaire hypothyroïdie.
  3. een aandoening aan de hypothalamus die de werking van de hypofyse grotendeels reguleert, tertiaire hypothyroïdie.

Secundaire en tertiaire hypothyroïdie zijn veel zeldzamer dan primaire hypothyroïdie.

Hier wordt de primaire hypothyroïdie besproken.
Bij primaire hypothyroïdie komt de stofwisseling van de hond als het ware op een laag niveau te staan waardoor de hond met veel minder calorieen moet gaan leven.
De ziekte kan aangeboren zijn, maar bij de overgrote meerderheid van de gevallen betreft het een later verkregen vorm.

De schildklier ligt in de nek naast de trachea en juist achter het strottenhoofd.

Rasgevoeligheid?

Rassen die gevoelig zijn voor hypothyroïdie zijn Golden Retrievers, Dobbermans, Spaniëls, Airdale Terriërs, Shelties, Schnauzers en Bouviers.

Symptomen

Hypothyroïdie uit zich in het beginstadium erg discreet maar we zien stapsgewijs dat de hond zijn ondervacht verliest, een dunne vacht krijgt en een slome uitdrukking van het aangezicht vertoont. In de regel zijn dat de typerende eerste kenmerken.


Typische symptomen bij een hond met hypothyroïdie.

Het kan echter voorkomen dat de hond alleen maar kreupelheid vertoont, waardoor het stellen van de diagnose al moeilijker wordt.

Belangrijke symptomen van hypothyroïdie zijn verder:

  • Loomheid, traagheid.
  • Huidklachten, met name kaalheid, dunne beharing, zwartverkleuring van de huid, soms ook schilfering of ontsteking van de huid. Kaalheid is vaak symmetrisch aan beide zijden van de romp.
  • Toename van het lichaamsgewicht, soms resulterend in echte vetzucht.
  • Uitblijven van de loopsheid.
  • Een te trage hartslag met een afwijkend ECG.

De eerste waarneembare verschijnselen ziet men over het algemeen tussen de leeftijd van vier tot zes jaar, en zelden voor het tweede levensjaar. De aandoening komt even vaak voor bij reuen als bij teven.

Symptomen thv de huid

Er zijn zeer veel verschillende klinische beelden bekend. Hier volgt een lijst van mogelijke symptomen waarbij een combinatie van meerdere symptomen mogelijk is.

  • sloomheid door het myxoedeem in de dermis.
  • toename van het lichaamsgewicht.
  • kreupelheid.
  • verminderde of uitblijven van de loopsheid.
  • warme plekken opzoeken.
  • doffe vacht.
  • seborree.
  • symmetrische kaalheid.
  • hyperpigmentatie.
  • recidiverende pyodermie.
  • kale neusrug, kale staart.
  • dorsaal afgesleten nagels.
  • recidiverende otitis externa.

Diagnose

De diagnose van deze ziekte kan als volgt gesteld worden

  • De eerste stap, het bepalen van de T4 bloedspiegel, kan door iedere dierenarts worden verricht. Blijkt de concentratie van het schildklierhormoon in het bloed daadwerkelijk te laag dan moet er een bijkomende test gedaan worden.
  • Dan wordt het TSH (Thyroid Stimulerend Hormoon) bepaald. Dit hormoon zal bij hypothyroïdie te hoog staan in het bloed. Het is namelijk zo dat er een regelmechanisme is in de schildklier die de concentratie aan TSH doet verhogen als er te weinig schildklierhormoon aanwezig is in het bloed. Een te hoge concentratie aan TSH kan gelijk gesteld worden aan een hond met hypothyroïdie.

behandeling

  • De behandeling van hypothyroïdie bestaat uit het toedienen van tabletten, Forthyron®, waarna na 2 maanden opnieuw bloed wordt genomen om te zien of de dosis van de mediactie hoog genoeg is.
  • Na instelling van deze therapie zal de hond al snel opleven en zijn normale hoeveelheid energie hebben.
  • De huidklachten worden echter in de loop van de eerste maand eerder erger dan minder erg, gepaard met haaruitval en schilfering. Maar na een maand begint de huid zich te vernieuwen en verschijnt er nieuw haar.
  • Het overgewicht van de hond corrigeert zichzelf.
  • Na drie tot zes maanden zijn de honden weer normaal.
  • De behandeling is levenslang!