Wat is chemotherapie nu eigenlijk?

Chemotherapie is het woord dat men gebruikt om de geneesmiddelen te beschrijven waarmee kankercellen worden vernietigd.

Er zijn verschillende manieren om een patiënt chemotherapie toe te dienen, afhankelijk van de gebruikte geneesmiddelen. Chemotherapie wordt meestal via een ader toegediend (intraveneus infuus).
Voor elke dosis van deze vorm van chemotherapie moet de patiënt een deel van de dag als dagpatient in de kliniek doorbrengen en gedurende de volledige chemotherapiekuur zijn er vele bezoeken nodig.
Andere chemotherapie-geneesmiddelen worden gedurende lange tijd heel traag toegediend via een ader.
Een derde vorm van chemotherapie wordt toegediend in de vorm van tabletten, die thuis kunnen worden gegeven.
In de loop van een chemotherapiekuur krijgen patiënten meestal verschillende geneesmiddelen.


Hier krijgt een van onze kankerpatienten zijn chemo toegediend.

Geneesmiddelen die voor chemotherapie worden gebruikt, remmen de groei en de vermenigvuldiging van kankercellen. Sommige doen dit door het DNA van kankercellen te verstoren, zodat ze zich niet kunnen delen. Andere blokkeren de processen waardoor cellen kunnen leven en groeien.

Chemotherapie kan bijwerkingen hebben. Deze zijn afhankelijk van het soort geneesmiddel, hoe vaak het wordt gegeven en hoe lang. De meeste bijwerkingen verdwijnen als de reeks behandelingen voorbij is. Het is belangrijk te weten dat de bijwerkingen zelf meestal ook kunnen worden behandeld. Soms worden samen met de chemotherapie nog andere geneesmiddelen gegeven om erg vaak voorkomende bijwerkingen, zoals misselijkheid, te voorkomen.

Bloedarmoede, een vaak voorkomende bijwerking van veel kankergeneesmiddelen, kan worden behandeld met erytropoëtine of met een bloedtransfusie in ernstige gevallen. Het is belangrijk dat u aan de behandelende dierenarts vertelt welke bijwerkingen u ervaart bij de hond of kat (bijvoorbeeld : moe en lusteloos zijn van uw huisdier), zodat uw medicatie hieraan kan worden aangepast.

Bijwerkingen van chemotherapie zijn bloedarmoede, vermoeidheid, blaasirritatie, misselijkheid, braken, verlies van eetlust en mondzweren.
Het is belangrijk dat u uw behandelende dierenarts inlicht over eventuele symptomen van infectie, zoals hoesten, koorts of pijn, omdat patiënten die chemotherapie ondergaan vatbaarder zijn voor infecties en niet in staat zijn om hier moeiteloos weerstand aan te bieden