massage

Massage is een vorm van manipulatie van zachte weefsels voor een therapeutische reden. Het is effectief tegen oedeem, verbetert de bloed- en lymfecirculatie met reductie van oedeem, verhoogt de rekbaarheid van collageen, vermindert de spierspanning en werkt pijnstillend door het activeren van de neuronen in het ruggenmerg.

Er zijn verschillende vormen van massage:

  1. Effleurage:
    is een zacht glijden over de huid zonder de onderliggende weefsels in beweging te brengen. De beweging moet parallel verlopen met de spiervezelrichting en het veneuze systeem. Dit wordt gedurende minimaal 10 minuten gedaan waarbij er een grotere druk op de spiermassa’s als op de beenderige uitsteeksels moet uitgeoefend worden. Het wordt vooral gebruikt om spierspasmen ten gevolge van pijn op te heffen, om oedeem na trauma te reduceren, om een gestresseerd dier te kalmeren, voor een competitiewedstrijd, na een zware inspanning en voor en na elk ander type van massage.
  2. Bij petrissage of kneden wordt met de handen de spiermassa samen met de huid gekneed en opgeheven. Om de lokale circulatie te stimuleren wordt er alternerend gekneed en gerelaxeerd. Deze handelingen reduceren spierkrampen na een krachtinspanning, verbreekt adhesies ten gevolge van bloedingen en onderhoudt de spiertonus na gewrichtsbeschadiging.
  3. Frictie wordt gebruikt wanneer heel lokaal en diep moet gemasseerd worden. Het is een manier om zowel de huid als de onderliggende weefsels te bewegen. De richting van de druk wordt zowel circulair, rond het beschadigde gebied, als transversaal, dwars over de vezelrichting, gedaan. Wanneer de huid en onderliggende weefsels niet samen bewegen is er risico op blaarvorming. Frictie wordt toegepast om littekenweefsel en adhesies af te breken, bij pees- ligamentrupturen.

Massage heeft verschillende voordelen zoals het verminderen van het teveel aan vloeistof in gewrichtsspaties, het verbeteren van de circulatie in gedenerveerd spierweefsel en het losmaken van weefsels die abnormaal vastgehecht zijn aan aanpalende structuren. Het zorgt ook voor pijnvermindering en het promoot de algemene relaxatie.

Massage heeft echter geen effect op het spiervolume, de spiersterkte of de graad van atrofie van spierweefsel. Deze therapie is tegenaangewezen bij open wonden, kwaadaardige tumoren, ontstoken weefsel en gebieden van tromboflebitis.

De vijf componenten van massage zijn ritme, snelheid, druk, richting en frequentie.

  1. Het ritme zou hetzelfde moeten blijven.
  2. Als het de bedoeling is om de circulatie te verbeteren, oedeem te verminderen en relaxatie te voorzien, moet de snelheid traag zijn. De snelheid wordt verhoogd als de massage de bedoeling heeft om adhesies los te maken.
  3. De ideale druk bij massage varieert. Lichte tot gemiddelde druk zou gebruikt moeten worden om relaxatie en het verminderen van oedeem te bekomen. De druk varieert ook in het verloop van een sessie. In het begin en op het einde van de sessie moet deze licht zijn, verhoogde druk wordt toegepast bij pijnlijke gebieden.
  4. De duur en frequentie van de massage hangen af van de grootte van het behandelde gebied, de therapeutische bedoeling en de tolerantie van de hond.
  5. De massage moet gebeuren in de richting van het hart beginnend met het proximale segment van het lidmaat.

Het gebied dat gemasseerd wordt moet goed ondersteund worden. Indien het de bedoeling is oedeem van ledematen te verminderen, moet het gebied boven het niveau van het hart liggen om drainage te promoten.
Oedemateuse ledematen moeten gebandageerd worden na massage. De bandage wordt geplaatst beginnende aan het distale einde van het lidmaat en wordt in een achtvorm geplaatst.