Levenslange bestrijding van wormen bij onze huisdieren

In Europa kunnen honden en katten geïnfecteerd raken met verschillende soorten wormen, zoals

  1. rondwormen (nematoden)
  2. lintwormen (cestoden)
  3. platwormen (trematoden)

Elk dier krijgt er vroeg of laat wel eens mee te maken, vooral in hun jeugdjaren, maar ook oudere dieren lopen een groter infectierisico dan gezonde volwassen dieren.
Drachtige teven kunnen hun pups in de baarmoeder besmetten en lacterende teven kunnen parasieten uitscheiden via de melk.
Honden en katten die in aanraking kunnen komen met knaagdieren (ongedierte), weekdieren, rauwe vis en rauw vlees, waaronder ook ingewanden, de placenta en geaborteerde vruchten, lopen risico op specifieke parasieten. Ook dieren die leven in of reizen naar bepaalde gebieden (bvb. voor vakantie of nieuwe eigenaar, pension, show of onderzoek) lopen risico op infecties die in het betreffende gebied voorkomen.

Infecties komen vooral dus voor bij pups en kittens maar uiteindelijk lopen dieren gedurende hun hele leven een risico. Daarom is het aanbevolen om elke hond en kat levenslang te behandelen met de juiste antiwormmiddelen. De gezondheidsstatus van het dier, de aanwezigheid van ectoparasieten (bvb. de vlo), de voorgeschiedenis en afkomst van het dier bepalen de keuze voor een bestrijdingsprogramma.

Sommige van deze wormen zijn belangrijker dan andere door hun voorkomen of hun ziekteverwekkende vermogen bij de gastheer of bij de mens.
Spoel- en haak(mijn)worminfecties komen in heel Europa voor, terwijl de verspreiding van andere infecties veel afhankelijker is van de geografische locatie. Dus preventie tegen hartworm samen met preventie tegen spoel- en haakwormen is een basispreventie voor honden en katten in heel Europa. De bestrijding van andere parasieten, zoals longworm en de Franse hartworm (Angiostrongylus vasorum) die in bepaalde gebieden veel voorkomen, dient te worden opgevolgd per geval.

Elke afzonderlijke worminfectie dient op een juiste wijze te worden behandeld en er dienen preventieve maatregelen te worden genomen. Bij honden met symptomen van een worminfectie wordt een lichamelijk onderzoek verricht aangevuld met mest- of bloedonderzoek (bij verdenking op hartworm).Tevens is het opnemen van de complete voorgeschiedenis van het dier van groot belang voor de diagnose, de behandeling en te nemen preventiemaatregelen.
Ook voor de gezonde hond en kat is preventie van worminfecties noodzakelijk.

Een infectie kan zeer hardnekkig zijn. Vooral een goede hygiëne is van belang. Eens de eieren een eerste ontwikkeling voltooid hebben kunnen ze jaren in de buitenwereld overleven, slechts weinig ontsmettingsmiddelen zijn actief tegenover deze eieren. Hiertoe hebben ze echter warmte en vocht nodig, een hondendrol is m.a.w. ideaal. Dit kan men verhinderen door de uitwerpselen dagelijks uit de hokken te verwijderen, gave, makkelijk te reinigen vloeren te voorzien, te reinigen met stoom onder hoge-druk, om de 2 - 3 maanden alle honden (geen immuniteitsopbouw) routinematig te ontwormen.
Huisdieren voeren met commercieel verkrijgbare of gekookte voeding in plaats van rauw vlees dat parasitaire infecties kan overbrengen. Vers drinkwater hoort altijd beschikbaar te zijn.

Ontwormingsprodukten bestaan onder de vorm van pillen (Parazan, Drontal, Milbemax), pasta's (Dogminth) en zelfs druppeltjes (Stronghold) voor in de nek.

 Waarom wormen bestrijden:

  • Milde tot matige infestaties kunnen de oorzaak zijn van een vervelende diarree of wat plattere mest.
  • Hygiëne en volksgezondheid: ook kinderen kunnen besmet worden door bepaalde wormen die bij dieren voorkomen. In het ergste geval kan dit leiden tot het larva migrans syndroom waarbij wormlarven door het lichaam migreren - zoals ze dat bij hun natuurlijke gastheer ook doen - maar hun weg verliezen in deze vreemde omgeving en bvb. in de oogbol terecht komen met alle gevolgen van dien.
  • Wormen gaan verspilzuchtig om met hun voedsel dat bestaat uit bloed, weefsel of darminhoud van de gastheer. Hierdoor gaan groeiprestaties en algemene conditie achteruit. Bovendien wordt de weg vrijgemaakt voor eventuele andere boosaardige ziektekiemen.
  • Sommige wormen zijn ongelooflijk vervelend voor hun gastheer omwille van de jeuk.
  • De gevolgen voor heel jonge dieren kunnen zwaarder zijn.