Hernia perinealis bij de hond

voorkomen

Een hernia perinealis komt meestal voor bij niet gecastreerde honden tussen de 7 en 9 jaar oud. Zelden zien we het eens bij vrouwelijke honden.
Bij bepaalde rassen zien we de perineale hernia meer dan bij andere rassen. Frequent aangeboden rassen zijn : Boxer, Duitse Herder, Tzi Tzu, Teckel, Collie en Yorkshire terrier.
60% van de gevallen hebben een hernia op één kant (unilateraal) en 40% hebben een hernia op beide kanten (bilateraal).

ontstaan

De uitstulping die bij een perineale hernia ontstaat is meestal tussen de externe anaalsfincter en de musculus levator ani.
Soms zien we ook een uitstulping tussen de musculus levator ani en de musculus coccygeus.
Meestal zien we in de voorgeschiedenis een spierzwakte van een van die drie spieren of van een combinatie van een van bovenvermelde spieren.
Omdat we het meer zien bij mannelijke honden dan bij vrouwelijke honden gaan we ervan uit dat er zeker een hormonale invloed is die deze spierzwakte kan geven.
Prostaatvergroting bij niet gecastreerde dieren zorgt voor een bekken die meer opgevuld is waardoor ze meer moeten persen. Door het persen gaan de drie spieren die al zwak zijn gemakkelijker doorscheuren.
Bij mannelijke gecastreerde honden zien we duidelijk veel minder perineale hernia's dan bij intacte mannelijke dieren.

symptomen

Deze honden worden aangeboden met de geschiedenis van moeilijk mest maken en een ventrolaterale zwelling thv de anus. Soms kunnen we de zwelling terugduwen en meestal is het een zachte zwelling die geen pijn doet.
Meestal vinden we in de breukzak het vet dat rond de anus ligt. Maar bij gevallen die al maanden aan de gang zijn kunnen we prostaat, darmen en/of de urineblaas terugvinden in de breukzak.
Op de onderstaande foto zien we een hondje met een extreem grote hernia perinealis. Hier is er geen twijfel mogelijk dat het om een hernia perinealis gaat. Deze hond had al maanden last van obstipatie en persen tijdens het mest maken.
De eigenaars waren al de tijd bezig geweest met het geven van laxeermiddelen om de mest beter te laten passeren. Natuurlijk gaf dat niet het gewenste resultaat.

behandeling

Chirurgische correctie van de hernia is zonder enige twijfel dé behandelingsmethode bij uitstek.
Mensen die hun hond niet willen laten opereren moeten ervan op de hoogte gebracht worden dat deze dieren een acute nierblokkage kunnen doen als de urineblaas met urineleiders in de breukzak terecht komen. Dit is een levensbedreigende situatie.

Bij iedere operatie moeten niet gecastreerde dieren gecastreerd worden. Dit is van groot belang!!

Wij hebben twee methodes om deze hernia's te behandelen.

  • Musculus obturatorius transpositie

Hierbij wordt een bekkenbodemspier los gemaakt van het bekken en in de breukzakopening gehecht. Dit is een relatief eenvoudige ingreep maar moet toch gedaan worden door iemand die heel erg vertrouwd is met de anatomie aan de anale streek.


Hier is de bekkenbodemspier in de hernia gehecht

Het moeilijke van de operatie is het voldoende los maken van de spier en deze dan op de juiste plaats kunnen vasthechten zonder dat er teveel tractie komt op de hechtingen.
Deze operatie doen we bij de unilaterale perineale hernia's.

Een voorbeeld van zo een operatie kun je hier volgen

  • Netje inhechten thv de breukopening

Deze operatie, waarbij we een netje gebruiken, doen we bij de bilaterale hernia's.
Hierbij gaan we ipv de Musculus Obturatorius een netje in de breukzak opening hechten. Dit heeft als grote voordeel dat dit heel stevig is én zorg voor meer reactie op de plaats van operatie zodat we in de toekomst een "vaster" geheel hebben.


Als we bij dit hondje alles terug in de buik geduwd hadden waren we verplicht om een "netje" te plaatsen in het grote defect naast het rectum.
Het was onmogelijk om de bekken bodemspieren te gebruiken om het defect te dichten.

Een voorbeeld van zo een operatie kun je hier volgen

De mogelijke complicaties zijn :

  • wondinfectie en abcesvorming
  • wondseroma vorming (vocht thv de operatieplaats)
  • recidief van de hernia
  • incontinentie voor de mest

De slagingskansen zijn natuurlijk afhankelijk van de ervaring van de chirurg maar ook van de gebruikte techniek.
We kunnen zeggen dat we ongeveer een 96% slagingspercentage hebben.