Castratie kater

waarom castreren?

De kater is geslachtsrijp op de leeftijd van 6-7 maanden.
Wij adviseren de kater te laten castreren op een leeftijd van 6 maanden en dit in verband met het uitgroeien van de kater met de daarbij behorende katereigenschappen.
Mocht de kater eerder in huis gaan plassen en/of sproeien dan is het beter om de kater direct te laten castreren. Anders kan de kat het gedrag aanleren.
In 5 % van de gevallen kan de kater blijven sproeien ondanks de castratie.

De voordelen van castratie zijn

  • Minder kans op sproeien of plassen in huis
  • Minder sterke urinegeur
  • Minder drang van de kater om buiten te gaan zwerven en daardoor minder kans op vechten met andere katten
  • geen kans meer op ongewenste kitten

Het enige nadeel is dat de kater dikker kan worden. Dit kan voorkomen worden door light-dieet of minder eten te geven.

Hoe verloopt een castratie

Voor de operatie doen we een pre-anaesthetisch onderzoek wat inhoudt dat we naar het hart en de longen luisteren. Indien dit in orde is, krijgt hij een injectie met een sedativum.

Zodra hij slaapt krijgt hij een antibioticum-injectie en een pijnstiller.
De balzak (scrotum) wordt ontdaan van de haren, gewassen, ontsmet en gedesinfecteerd. Hierna wordt er een huidsnede gemaakt en de tunica vaginalis (balzak) wordt ingesneden. Hierna wordt de testikel (bal) uit de balzak gehaald. De zaadstreng (ductus deferens) wordt van de bal gescheiden. Het bloedvat en de zaadstreng worden op elkaar afgebonden. Deze worden hierna doorgesneden. De bal wordt verwijderd en de balzak wordt opgeschud zodat het op elkaar afgeknoopte bloedvat en de zaadstreng in de diepte verdwijnen. Hierna volgt de tweede bal.

Als alles klaar is worden de oren, tanden en nagels gecontroleerd en indien nodig behandeld.
Als alles nagekeken is, gaat de kater naar de recovery waar hij onder een warmtelamp kan uitslapen.
De kat mag dan tegen 17u weer naar huis.

Er is geen verdere nazorg aan een castratie van een kater.