Wat is hartfalen en hoe diagnosticeren we het?

Hartfalen: wat is dat?

Met de term hartfalen omschrijft men die situatie waarbij het hart niet meer in staat is voldoende bloed rond te pompen om aan de behoefte van het lichaam te voldoen.
Het hart faalt dus in zijn pompfunctie. In normale omstandigheden is het hart in staat bij elke samentrekking (contractie) 70 % van de inhoud van de linkerkamer in de lichaamsslagader (aorta) te pompen. Bij hartfalen is het hart sterk uitgezet en kan het per contractie slechts een kleine hoeveelheid bloed uit pompen.

De hartspier heeft dus om één of andere reden onvoldoende kracht om bloed rond te pompen. Dit treedt meestal op als gevolg van aandoeningen van het hart- of bloedvatenstelsel.

  • aantasting van de kransslagaders van het hart (atherosclerose). Door verlies aan actief spierweefsel ten gevolge van een infarct wordt het hart beperkt in zijn pompfunctie.
  • arteriële hypertensie (hoge bloeddruk). Doordat het hart constant moet pompen tegen een verhoogde druk vermindert geleidelijk aan de efficiënte werking van de pomp. Dit kan uiteindelijk leiden tot hartfalen. Dit komt frequent voor bij katten.
  • aandoeningen van één of meerdere hartkleppen. Dit komt frequent voor bij honden.
  • aantasting van de hartspier door infectie (virus) of door schadelijke stoffen.
  • systeemziekten zoals lupus erythematosus, sarcoïdose...
  • idiopatisch (= men kan de eigenlijke oorzaak niet achterhalen)
  • chronische longaandoeningen. Chronische bronchitis is hier het bekendste voorbeeld.

 

Diagnose van hartfalen

  • Anamnese: de dierenarts zal de eigenaar uitvoerig ondervragen omtrent de klachten. Deze informatie stelt hem in staat reeds een goed beeld te krijgen van de situatie.
  • Klinisch onderzoek: gezwollen poten, gezwollen lever zijn een teken van opstapeling van vocht in het lichaam.
  • Auscultatie (luisteren met de stethoscoop): wanneer de dierenarts reutels hoort tijdens het beluisteren van de longen is dit een teken van opstapeling van vocht ter hoogte van de luchtwegen. De dierenarts krijgt ook een idee over de werking van de hartkleppen. Bij lekkage van een klep kan men een geruis horen.
  • Bloedonderzoek: door middel van bepaling van allerlei stoffen in het bloed kan men de werking van de verschillende organen evalueren bv. nier- en leverfunctie. Tevens is het mogelijk het effect van bepaalde geneesmiddelen en hun concentratie te volgen.
  • RX-thorax: röntgenfoto van de borstkas.
  • Elektrocardiogram: de registratie van de elektrische activiteit van het hart geeft de dierenarts veel informatie over het hartritme, een eventueel doorgemaakt infarct, verdikking van de hartspier en andere structurele afwijkingen.
  • Echografie en Doppler onderzoek: dit is één van de nuttigste niet-ingrijpende onderzoeken die de dierenarts een goed beeld geeft van de anatomie en de werking van het hart. Via de kleuren Doppler kunnen we de bloedstroom visualiseren en beoordelen.