Behandeling van epilepsie

Bij de hond komen slechts drie middelen (anti-epileptica) in aanmerking voor de langdurige behandeling van epilepsie: phenobarbital, primidone (Mysoline®) en het zout Kalium Bromide.

Phenobarbital

Phenobarbital, een barbituraat, is één van de oudste anti-epileptica en wordt reeds vele jaren bij de hond als anti-epilepticum gebruikt.
Over het algemeen is de effectiviteit van phenobarbital goed te noemen. Ruim 70% van de honden reageert goed op phenobarbital.
Helaas heeft phenobarbital bijwerkingen. De eerste dagen van de behandeling kan het sufheid en slaperigheid veroorzaken. Mocht dit na een paar dagen niet overgaan, dan dient de dosering aangepast te worden.
Verdere bijwerkingen zijn veel drinken en plassen en een toename van de eetlust. Bij een aantal patiënten treedt permanente sufheid op en/of verandering van de karakterstructuur. Deze bijwerkingen van phenobarbital zijn in meer of mindere mate onvermijdelijk.
De startdosering van phenobarbital is 2 tot 5 mg per kilogram lichaamsgewicht te verdelen in twee tot drie maal daags.
Op geleide van de effectiviteit en/of bloedspiegel (de therapeutische bloedspiegel bevindt zich tussen 20 en 40 mg/l) kan de dosering aangepast worden.
Concreet betekent dit dat bij een dier in behandeling voor epilepsie regelmatig bloed moet worden genomen voor de concentratie aan phenobarbital te bepalen. Uitgaande van de concentratie in het bloed kunnen we de dagdosis voor uw hond gaan aanpassen.
Het middel wordt bij voorkeur in het begin in ieder geval twee maal daags gegeven. Na verloop van tijd kan het eenmaal daags gegeven worden.

Primidone

Primidone wordt in het lichaam omgezet in phenobarbital en phenylethylmalonzuur.
Deze laatste stof kan bij langer gebruik ernstige leverproblemen veroorzaken. Daarnaast worden alle bijwerkingen die bij phenobarbital gezien worden ook gezien bij primidone en daarom heeft primidone ten opzichte van phenobarbital geen voordelen.
De startdosering van primidone is 20 tot 50 mg per kilogram lichaamsgewicht te verdelen in tweemaal daags.
Op geleide van de effectiviteit en/of de phenobarbital bloedspiegel kan de dosering aangepast worden. Het gebruik van dit middel wordt door de auteur niet aanbevolen. Het heeft geen toegevoegde waarde.

Kalium Bromide

Het zout Kaliumbromide is waarschijnlijk het oudste anti-epilepticum.
Ten opzichte van de bestaande anti-epileptica heeft KBr als belangrijkste nadeel dat het een bitter zout is wat of opgelost moet worden in een suikerdrank of speciaal gecapsuleerd moet worden.
Bij een aantal patiënten kan het de bijwerkingen van phenobarbital verergeren. Het kan zowel als monotherapie als combinatietherapie gegeven worden. Er is uitgebreide ervaring met de combinatie phenobarbital.
De startdosis in combinatie met phenobarbital is 25 mg/kg te verdelen over twee keer per dag.
Na 6 weken wordt meestal de bloedspiegel van beide producten bepaald. Wanneer het als monotherapie gebruik wordt start men vaak op een dosis van 40 mg/kg één tot twee maal daags.
KBr moet gecapsuleerd worden. Uitgaande van de grondstofprijs is zelfs met capsuleren KBr het goedkoopste middel. Inmiddels is de ervaring met het middel weer groeiende. Recent zijn er diverse artikelen over het product verschenen.
Doordat de halfwaardetijd zo lang is, duurt het lang voordat een effectieve spiegel is bereikt. Anderzijds is daarmee het middel, eenmaal opgenomen, lang in het lichaam aanwezig.
KBr is net als alle andere middelen toxisch. Uitgaande van een werkzame spiegel van 800 tot 2000 mg/l is het streven de spiegel ergens daartussen te krijgen.
Boven 2000 mg/l zou het toxisch kunnen zijn. Bromisme kan evenwel makkelijk bestreden worden. Puur het geven van keukenzout (NaCl) verdrijft het Bromide uit het lichaam. Handig maar ook lastig. Een patiënt op KBr moet dan ook een standaard dieet krijgen en het extra geven van zoute producten moet vermeden worden.

Welk middel te kiezen?

Alle voors en tegens afwegend is phenobarbital de onbetwiste nummer 1.
Indien de effectiviteit te wensen over laat kan een switch naar de combinatie KBr-Phenobarbital geprobeerd worden. Echter dit moet nooit te snel gedaan worden. Een switch drie weken na het starten met phenobarbital geeft alleen maar aan dat de gebruiker te weinig kennis van zaken heeft.
Zo duurt het voor phenobarbital 2 tot 3 weken voordat een steady state bereikt wordt. Het trekken van een dergelijke conclusie is dan wellicht niet juist. Veelal kan de effectiviteit pas na maanden therapie beoordeeld worden waarbij soms meerdere dosiscorrecties hebben plaatsgevonden gecombineerd met het bepalen van de bloedspiegel.

Wanneer starten we met de behandeling?

Wanneer de eigenaar voor het eerst geconfronteerd wordt met een epileptiforme aanval dan zal dit voor hem/haar zeer verontrustend zijn. Toch is het niet nodig, als er bij het klinisch onderzoek geen afwijkingen gevonden worden en de patiënt goed is hersteld, een uitgebreide voortgezette diagnostiek in te zetten. Eveneens is het niet nodig, zelfs ongewenst, om direct een behandeling in te stellen.
De redenen hiervoor zijn deze :

  • Niet zelden blijft het bij een enkele aanval.
  • Het is niet mogelijk een behandeling in te stellen. Eén van de meest belangrijke criteria om het effect van de therapie te evalueren is de inter-ictale periode. Hoe frustrerend dit ook kan zijn voor een eigenaar, een behandeling is dan ook nog niet mogelijk. Wanneer bijvoorbeeld de inter-ictale periode bij deze patiënt zonder behandeling 4 weken zou zijn geweest dan moet het effect van de behandeling op zijn minst een verlenging van deze periode geven. Om dit te evalueren moet men de inter-ictale periode van enkele onbehandelde aanvallen kennen.
  • Het is slechts dan noodzakelijk een behandeling in te stellen wanneer de inter-ictale periode te kort is. Wanneer de aanvallen een inter-ictale periode van 12 of meer weken kennen, dan is het niet nodig een behandeling in te stellen. De therapie is namelijk gericht op het verlengen van de inter-ictale periode (en niet het voorkomen van aanvallen!) en een periode van ongeveer 12 weken of meer is een zeer aanvaardbaar streven.

Er bestaan een aantal uitzonderingen op deze regel :

  • Wanneer er niet een maar meerdere aanvallen achter elkaar plaats vinden, de zogenaamde clustering, dan is het wel direct noodzakelijk een behandeling in te stellen. Uitstel van de behandeling kan anders schadelijk zijn voor de patiënt.
  • Wanneer de inter-ictale periode al direct zeer kort is, slechts enkele dagen tot weken dan kan direct met de behandeling gestart worden.

Wat te doen bij een aanval?

Kort samengevat is het antwoord op deze vraag : zo weinig mogelijk!
Een aanval die begonnen is kan de eigenaar, zonder medicijnen, niet stoppen. Het is belangrijk dat hij/zij rustig blijft en niet in paniek raakt.
Alhoewel sommige neurologen de indruk hebben dat kalm vasthouden en praten de duur van de aanval kan beïnvloeden kan dit gevaarlijk zijn, dus niet doen.
Tijdens de aanval maakt de hond volkomen willekeurige bewegingen waarvan het dier zich niet bewust is. Als de hond met de kaken klappert en de eigenaar doet een poging om de kop vast te houden, kan makkelijk een bijtwond opgelopen worden.
Het ingeven van tabletten tijdens een aanval is gevaarlijk en heeft bovendien geen enkele zin.