epilepsie : Clustering en status epilepticus

Zowel clustering als de status epilepticus zijn geen andere vormen van epilepsie.
Het betreft hier een klassieke gegeneraliseerde epileptiforme aanval waarbij echter de tijdsduur en/of presentatie afwijkend verloopt.
Clustering is het optreden van meerdere epileptiforme aanvallen binnen kortere tijd (minuten tot uren) waarbij in principe een post-ictale fase herkenbaar is. Clustering is een zowel voor de eigenaar frustrerende en voor de patiënt zeer vermoeiende presentatie.
Status epilepticus is een presentatie waarbij meerdere aanvallen binnen kortere tijd (minuten) (langdurig) optreden en waarbij de post-ictale fase afwezig is. Een status epilepticus is in principe een levensbedreigende situatie waarbij de eigenaar/dierenarts direct dient in te grijpen.

Hoe vaak komt het voor?

Primaire of idiopathische epilepsie komt regelmatig voor bij alle hondenrassen en kruisingen. De incidentie van primaire epilepsie wordt bij de hond op 0.5-0.6% tot 1% geschat. Doordat het sterk rasgebonden voorkomt kan de incidentie per ras aanzienlijk variëren.
Bij bepaalde populaties kan het oplopen tot 17%. Door dit sterk rasgebonden voorkomen wordt dan ook vermoed dat primaire epilepsie erfelijk is. Primaire epilepsie wordt in de regel evenveel bij teven als reuen gezien hoewel er ook uitzonderingen voorkomen. Bij de teven kan het aantal toevallen gedurende de loopsheid toenemen.
Het voorkomen van secundaire epilepsie is onder meer geografisch bepaald en is sterk afhankelijk van het voorkomen van de uiteindelijke oorzaak. Bij katten zijn zowel primaire epilepsie als secundaire epilepsie, uiterst zelden voorkomende ziekten.

De frequentie van de aanvallen.

Deze periode verschilt van patiënt tot patiënt.
Tussen de eerste en de tweede toeval kunnen maanden voorbij gaan. De periode tussen de toevallen wordt in de loop van de tijd korter en blijft dan min of meer constant (2 tot 6 weken).
Dit is een zeer globaal gemiddelde, want bij sommige honden kan het aantal toevallen tot enkele per jaar beperkt blijven en bij anderen kunnen series toevallen om de week plaatsvinden.

Het optreden van aanvallen

Bij epilepsie is er meestal geen bepaalde aanleiding voor de toevallen aan te wijzen en komen ze onverwacht.
Opvallend is dat het vrijwel altijd binnenshuis gebeurt in de vertrouwde omgeving. Ze treden meestal op wanneer de patiënt volkomen rustig is, bijvoorbeeld laat in de avond, gedurende de nacht of vroeg in de ochtend.
Bij primaire epilepsie is er geen (duidelijke) relatie tussen het optreden van de epileptiforme aanvallen en beweging en/of voeding. Soms treden de aanvallen op na een (sterk) emotionele situatie (bijvoorbeeld na angstsituaties, extreme vrolijkheid, bezoek aan de dierenarts, etc). Op deze regels komen uiteraard uitzonderings gevallen voor. Deze worden relatief vaker bij secundaire en reactieve epilepsie gezien.