Acute nierinsufficientie bij de hond en kat

inleiding

Acuut nierfalen wordt gekenmerkt door plotseling optredende dysbalansen in water- en electrolythuishouding en door ophoping van afbraakproducten van het eiwitmetabolisme.
Acuut nierfalen staat vrijwel nooit op zichzelf; het kan ontstaan tijdens de dracht, door overdoses van bepaalde medicijnen, of als posttraumatische of postoperatieve complicatie.
De laatste vorm is de meest indringende en kent de hoogste mortaliteit.
De doodsoorzaak wordt zelden toegeschreven aan de uremie op zich, maar eerder aan complicaties zoals infecties, stoornissen in de bloedstolling of cardiovasculaire storingen, de mate van katabolisme en de voedingstoestand van de hond of de kat.
De behandeling richt zich dan ook in eerste instantie op het terugdringen van de uremie.
Dieetmaatregelen zijn nog steeds onderwerp van discussie en bijzonder moeilijk te onderzoeken, mede omdat acuut nierfalen slechts deel uitmaakt van een complex geheel aan aandoeningen van diverse organen.

Symptomen

Over het algemeen begint acuut nierfalen met een fase waarin bijzonder weinig urine wordt gevormd, welke wordt gevolgd door een herstelfase met diurese van 0.25 - 3 l/dag.
Tijdens de eerste fase (oligurie) hoopt het lichaam afbraakproducten van de eiwitsynthese op alsmede water, kalium, natrium, anorganische zuren en fosfaat.
Levensbedreigende verschijnselen van acuut nierfalen zijn longoedeem, hyperkaliëmie en acidosis.
Dit wordt vaak verergerd door het optreden van sepsis. Stikstofrijke afbraakproducten kunnen in snel tempo ophopen ten gevolge van weefselafbraak bij trauma en infectie.
Tijdens de herstelfase zijn de niertubuli niet in staat om urine voldoende te concentreren, waarmee het risico bestaat op uitdroging, hypokaliëmie en/of hyponatriëmie.
Een belangrijk kenmerk van acuut nierfalen is het versnelde eiwitkatabolisme met daaraan gekoppeld de negatieve stikstofbalans.
Vaak ook treedt hyperglycemie op ten gevolge van insulineresistentie en is de gluconeogenese in de lever toegenomen.

Behandeling

Bij acuut nierfalen moeten naast de uremie ook de extra-renale problemen worden behandeld, bijvoorbeeld trauma en infectie. Vochtverlies dient snel te worden behandeld om zodoende necrosis van de tubuli te voorkomen.
Tijdens de oligurie fase wordt aan de patiënt een hoeveelheid vocht gegeven die overeenkomt met de hoeveelheid urine en ander vochtverlies van de voorafgaande dag plus 50 - 500 ml extra voor onzichtbare verliezen.
Niervervangende therapie dient zo snel mogelijk te worden ingesteld, met name bij katabole patiënten.
Relatief nieuwe ontwikkelingen op het gebied van behandeling van acuut nierfalen richten zich op de regeneratieve effecten van endocrien-metabole interventies; bijvoorbeeld toedienen van thyroxine, groeihormoon, insulin-like-growth factor (IGF-1).