De belangrijke structuren van de knie zijn de botten, ligamenten, pezen en het gewrichtskraakbeen.
Er zijn vier botten betrokken in het kniegewricht :
Het kniegewricht wordt bijeen gehouden door banden en ligamenten :

Er worden twee ligamenten (banden) gevonden aan de buitenzijde van het kniegewricht: Het Mediale Collaterale Ligament (MCL) en het Laterale Collaterale Ligament (LCL).
In het kniegewricht zitten twee ligamenten vast tussen de Tibia en het Femur.
De Achterste Kruisband (AKB, Posterior Cruciate Ligament) ligt achter de Voorste Kruisband (VKB, Anterior Cruciate Ligament).
Het verschil tussen ligamenten en pezen is dat ligamenten botten aan elkaar verbinden terwijl pezen spieren met botten verbinden.
Twee structuren genaamd de menisci zitten tussen de Femur en de Tibia. Deze structuren worden soms het kraakbeen van de knie genoemd

In het gewricht is er kraakbeen aanwezig :
Gewrichtskraakbeen is een materiaal dat de uiteinden van de botten bedekt in elk gewricht. Het is een wit, glimmend en rubberachtig materiaal.
De functie van gewrichtskraakbeen is om de schokken te absorberen en om het gewricht van een glad en soepel verlopende oppervlakte te voorzien tijdens het bewegen.
In de knie wordt het gewrichtskraakbeen gevonden aan de onderkant van de Femur, de bovenzijde van de Tibia en aan de achterkant van de Patella (knieschijf).
Het strekkingsmechanisme zit aan de voorzijde van de knie.
Deze bestaat uit de patella (knieschijf), de patellapees, de quadricepspees en de quadricepsspier.
De patella is het vierde bot van het kniegewricht. De patellapees verbindt de patella aan de tibia. Deze pees bedekt de knieschijf en loopt door in de pees van de M. Quadriceps van het bovenbeen.
Dit is de sterke spier aan de voorzijde van het bovenbeen. Als deze spier samentrekt, wordt de knie gestrekt.