Diagnose en behandeling van obesitas

diagnose

De diëtiste zal een klinische diagnose stellen en deze omvat drie elementen :

1. Wegen

De diëtist vergelijkt het lichaamsgewicht met vorige keren dat het dier gewogen werd, en met de rasstandaarden.

 

 

 

2. Visuele evaluatie

Een visuele evaluatie van een dier geeft heel wat aanwijzingen over de lichaamsconditie. Van bovenuit bekeken moet een dier een “zandloper” vorm hebben, en de flanken moeten onmiddellijk achter de laatste rib invallen. Wij gaan ook het profiel van je hond bekijken want opzij bekeken moet het abdomen duidelijk zijn opgetrokken. De afwezigheid van de typische zandlopervorm, een waggelende gang en sloomheid wijzen op obesitas.

3. Body Condition Score (BCS)

BCS moet gebeuren bij alle dieren die worden aangeboden in de kliniek. Het lichaamsgewicht zonder BCS zegt onvoldoende. De diëtiste gaat de lichaamsconditie van je hond evalueren door het toekennen van een score van 1 tot 5. Een score 3 is optimaal, 4 is te dik en 5 is obees.



Dit is een BCS 4, te dik......

Dikke honden met een BCS van 4 hebben meestal ongeveer 30% vet.
De kat heeft minder vetaanzet aan de staartbasis dan de hond. Het schouderblad en de ribben zijn de beste plaatsen om de kat te testen.

Een combinatie van klinisch onderzoek met BCS, tabellen met optimale lichaamsgewichten, en gegevens over het lichaamsgewicht op het ogenblik dat het dier pas volwassen werd maakt het mogelijk voor de diëtiste om op een nauwkeurige en objectieve wijze een diagnose te stellen en een streefgewicht te bepalen voor de behandeling.

Behandeling

Hoe word je hond of kat nu behandeld in de kliniek?

Ziekten die predisponeren tot obesitas moeten eerst worden uitgesloten, en behandeling met geneesmiddelen die aanleiding kunnen geven tot verhoogde eetlust of verminderd gewichtsverlies gaat de dierenarts stopzetten tenzij dit echt noodzakelijk is voor je huisdier.

De behandeling van obesitas omvat 3 aspecten die elk hun belang hebben :

1. Psychologisch aspect

Om succes te hebben moet obesitas aangepakt worden als een ziekte. Eerst en vooral zal de diëtiste de eigenaar en alle leden van de familie ervan overtuigen van het nut van de behandeling en ze voorbereiden om mee te helpen.
Hierbij gaan we concrete richtlijnen volgen. De diëtiste zal je helpen om de vermageringskuur vol te houden door concrete en duidelijke instructies mee te geven over het type en hoeveelheid voer, aantal maaltijden en tijdsduur van de behandeling.
Een vermageringskuur is een ernstige behandeling en mag niet onderschat worden. Een hond van 12 kg moet tenminste 10 dagen volledig vasten om 1 kg vet te verliezen. Daarom is het belangrijk om alle aspecten van de behandeling gelijktijdig toe te passen en strikt te respecteren. Het verwaarlozen van één van deze drie aspecten kan het succes van de behandeling in het gedrang brengen.

2. Dieet zelf

De diëtiste zal een berekening maken aangepast aan jouw huisdier.

Een goed vermageringsdieet voldoet aan 3 kenmerken:

1) Energiedichtheid:
De beste manier om de energiedichtheid van een voer te verminderen is het vetgehalte te verminderen.

2) Verzadigingsgevoel:
Dit kan bereikt worden door de samenstelling van het voer, de frequentie van voederen en de manier van voeren. De beste manier om te vermijden dat een hond aan tafel komt bedelen is door de hond te voeren nadat de eigenaar heeft gegeten, dit stelt de hond op een lager hiërarchische plaats t.o.v. de eigenaar, waardoor het dier minder geneigd is voedsel te gaan opeisen. Het is ook belangrijk om op dezelfde tijdstippen te eten. Het respecteren van deze twee vuistregels helpt ook bij het overschakelen op een nieuw voer, en kan ook bij andere gelegenheden toegepast worden.

3) Evenwichtige voeding:
Een goed geformuleerd dieet helpt om de vermagering beter te laten verlopen en het risico op verwikkelingen te voorkomen. Zo moet ernaar gestreefd worden om vetweefsel te verliezen met behoud van de spiermassa. Een goed vermageringsdieet moet daarom voldoende rijk zijn aan eiwit, en de gepaste gehalten mineralen en vitaminen bevatten.
Indien je als eigenaar absoluut snacks wil geven, moet men strikt bepalen hoeveel snacks kunnen gegeven worden. Een andere benadering is als de diëtiste een droog vermageringsdieet voorschrijft en de berekende totale dagelijkse hoeveelheid aantal korrels apart houden als snack. De aantrekkelijkheid van snacks voor het dier ligt niet in de smakelijkheid, maar in het feit dat het aandacht krijgt en in het spel-element (zie gedrag).

3. Lichaamsbeweging

Zoals eerder aangehaald is het héél belangrijk dat je je hond uitlaat! Hierbij zal het energieverbruik door spieractiviteit stijgen en door het energieverbruik zal het basaal metabolisme verbeteren. Beide effecten resulteren in een verhoogd energieverbruik echter zonder dat daarom het hongergevoel en de voederopname worden gestimuleerd. Bij zeer dikke dieren moet de activiteit zeer geleidelijk worden opgedreven.

Hoe gaat de diëtiste te werk?

  • Eerst en vooral wordt de eigenaar overtuigd van de voordelen van gewichtsverlies tegenover de risico’s van extreme zwaarlijvigheid.
  • Het optimale gewicht wordt bepaald van de hond of kat.
  • Het metabole gewicht wordt berekend o.b.v. het streefgewicht
  • De Daily Energy Requirement (DER) wordt berekend o.b.v het optimale gewicht
  • Een specifiek voeder wordt uitgekozen voor je huisdier. Indien gelijktijdig andere aandoeningen aanwezig zijn, zal de keuze van het voer hieraan worden aangepast.
  • De dagelijkse hoeveelheid voer wordt berekend.
  • Mogelijke snacks worden besproken, vb. voor het geven van de medicatie.
  • Het wekelijks gewichtsverlies wordt berekend.
  • De duur van de behandeling. Hierbij wordt ook een afspraak gemaakt voor een volgend bezoek omdat de hond op regelmatige tijdstippen moet terugkomen. Dit laat toe de behandeling te evalueren en eventueel bij te sturen.