Obesitas – De gevolgen

Net als bij mensen die te zwaar zijn, neemt de kans op gezondheidsproblemen toe bij te dikke honden en katten.  Obesitas kan bepaalde ziekten verergeren en ook zelf aanleiding geven tot het ontstaan van het aantal aandoeningen. In het algemeen wordt aangenomen dat een combinatie van duur, graad van zwaarlijvigheid en de verdeling van het vetweefsel het risico bepalen.

Het is dus aan de dierenartsen en assistenten om de eigenaars te overtuigen door de gevolgen op lange en op korte termijn aan te tonen:

  • De dierenarts kan de diagnose van je hond of kat moeilijker stellen. Zoals bij het klinisch onderzoek zal de palpatie moeilijker verlopen alsook het overtollig vet zal de geluiden dempen van de stethoscoop.
  • Motorische problemen : bij extreem dikke honden is er een verhoogde frequentie van traumatische (ruptuur van de voorste gekruiste banden) en degeneratieve (degeneratieve gewrichtsletsels) orthopedische problemen. Artrose en discushernia zouden rechtstreeks door overgewicht worden veroorzaakt. Het is zeker waar dat aandoeningen zoals heupdysplasie, en osteochondrosis minder last veroorzaken bij magere honden en dat op lange termijn meer artrose optreedt bij dikke dieren. Katten met obesitas lopen drie keer meer risico op verlammingen.
  • Ademhalingsproblemen : bij extreem dikke dieren kan er een verminderd longvolume ontstaan en daardoor krijgt die minder zuurstof in het bloed. Dit leidt vaak tot dyspnee (kortademigheid) bij de minste inspanningen, mede tgv hogere lichaamsgewicht.
  • Hun vermogen tot inspanningen gaat dalen, zijn lui, zijn snel vermoeid (met dyspnee), hebben geen zin om te wandelen, kunnen vaak geen trappen meer doen...
  • Cardiovasculaire problemen : bij honden ziet men een verhoging van de bloeddruk (hypertensie) die correleert met de graad van vetzucht en weer normaliseert bij gewichtsverlies.
  • Leverproblemen (kan men vaststellen bij een bloedonderzoek). Sedert jaren is in de U.S.A. bekend dat er bij extreem dikke katten een reëel gevaar bestaat bij vermageren voor plots ontstaan van hepatische lipidose, vooral bij sterk ondervoeden of anorexie. Daarom zal men dikke katten nooit meer dan 3% per week laten verliezen. Maar ook bij de hond ziet men vaak dat de levertesten (vooral alkalisch fosfatase en aspartaat aminotransferase) verhoogd zijn. Bij de behandeling van obesitas normaliseren de waarden zonder speciale behandeling van de lever.
  • Vruchtbaarheidsproblemen : bij teven kan de bronst achterwege blijven of ze vertonen een “stille bronst”. Bij de reu kan plasma testosteron verlagen ten gevolge van een verminderde capaciteit om de testes (teelballen) op een lagere temperatuur te houden. Dit heeft een verminderde leefbaarheid van de spermatozoïden tot gevolg.
  • Partusproblemen: door vertraagde partus (geboorte) en minder sterke weeën kan de placenta voortijdig loskomen en de foetus (pup of kitten) aan asfyxie (verstikkingsgevaar) sterven.
  • Endocriene problemen : te dikke katten hebben vier keer meer kans om diabetes mellitis te ontwikkelen dan magere katten. Obesitas kan leiden tot diabetes mellitis of het verergeren.
    Obesitas kan eveneens een verminderde secretie van groeihormonen door de hypofyse veroorzaken.
  • Overgevoeligheid tegenover warmte : honden gaan meer hijgen en zich ongemakkelijk voelen bij temperaturen waarbij zij normaal geen last hebben. Katten tonen dit minder.
  • Huidproblemen : dikke katten lopen ongeveer 40% meer kans op niet allergische huidaandoeningen dan katten met een normaal gewicht.
    Dikke mensen ontwikkelen vaker eczema in de huidplooien door excessief zweten, daar katten en honden geen zweetklieren hebben in de oksels en huidplooien speelt dit minder een rol, toch ziet men gelijkaardige letsels vb. thv de vulva.
  • Belangrijk voor de eigenaars is te weten dat het risico bij heelkundige ingrepen gaat verhogen! Een grotere lichaamsmassa vraagt een grotere dosis anestheticum, maar het metabool actieve deel van het lichaam is vooral het magere lichaamsweefsel. Hierdoor wordt de grens tussen doseren en over doseren zeer klein. Daarbij komt dat bij sommige zeer dikke dieren de afbraak van het anestheticum vertraagd wordt vanwege een aangetaste leverfunctie. Technisch worden operaties ook bemoeilijkt door de grote vetmassa’s die kunnen aanwezig zijn vb. in het abdomen (buik). Er bestaat ook een verhoogd risico van wonddehiscentie (terug opengaan van operatiewonde) en wondinfecties.
  • Minder weerstand tegen infecties : vanwege een veranderde cellulaire immuniteit hebben muizen een verminderde weerstand tegenover infecties. Bij de hond heeft men ook een verminderde weerstand opgemerkt tegenover bepaalde infecties (o.a. hondenziekte en Salmonella)
  • Constipatie (verstopping) : vaak ziet men constipatie bij zeer dikke dieren, waarschijnlijk vanwege de aard van hun voeding die toch vaak vezel arm is. Periodes van constipatie worden soms afgewisseld met periodes van diarree.

Comments are closed.