Hoe ontstaat atopische dermatitis?

Voor we deze ziekte kunnen diagnosticeren en behandelen is het belangrijk dat we inzien dat deze aandoening een complexe en ingewikkelde ziekte is.

Pathogenese

In het ontstaan van atopische dermatitis (ATD) zijn er een hele reeks ontstekingscellen die een grote rol spelen. Zo zijn er de eosinofielen, neutrofielen, lymfocyten en antigeen presenterende cellen die elk hun rol hebben in het ontstaan van ATD.

De mastcellen zijn cellen die bedekt zijn met IgE-receptoren.

De hond of kat die aan ATD lijdt heeft heel veel IgE-antistoffen.
Deze IgE-antistoffen (Immonuglobuline E-Antistoffen) binden op de IgE-receptoren op de mastcellen en gaan deze na contact met het passende antigen (allergeen) aanzetten tot degranulatie van de korrels die in de mastcel zitten.
Dat wil zeggen dat de inhoud van de granules, die ontstekingsmediatoren bevatten, in de omgeving wordt uitgestort.
Deze ontstekingsmediatoren (zoals histamine, serotonine, chemokines, TGF, TNF…) zorgen voor lokale irritatie en jeuk.

 

 

 

 

 

De lymfocyten zijn cellen die bij alle immunologische processen een rol spelen. Er zijn B- en T-lymfocyten die elk hun rol spelen in het ontstaan van ATD.

B-lymfocyten zijn verantwoordelijk voor het vormen van de antistoffen en de T-lymfocyten zijn verantwoordelijk voor de cellulaire immuniteit.

Dieren met atopische dermatitis (ATD) hebben een defecte huidbarrière.

De huid is een complex orgaan. Het vormt een barrière met de buitenwereld. Het beschermt de hond en kat tegen invloeden van buitenaf zoals vb. trauma, microorganismen, UV-stralen, irritatie,…
De huid verhindert ook dat het lichaam water en elektrolyten verliest.

Bij honden en katten met ATD zijn er abnormaliteiten te zien in de huid. De vetzuurstructuur in de huid van deze dieren is meer “fragiel” waardoor de huid meer onderhevig is aan externe factoren en gevoeliger is.
Allergenen (die van buitenaf komen) komen makkelijker in contact met bijvoorbeeld de mastcellen bij deze dieren.