Praktische benadering van behandeling van een diabetes patiënt

Wat is diabetes mellitus?

Glucose is een suiker. Na een maaltijd stijgt het suikergehalte in het bloed. Bij een gezond dier gaat de pancreas (alvleesklier) gestimuleerd worden en insuline afgeven. De insuline zorgt ervoor dat glucose de lichaamscellen kan binnendringen om deze van energie te voorzien.
Bij een suikerpatiënt wordt of te weinig insuline afgegeven, of de insuline kan er niet voor zorgen dat de glucose de lichaamscellen kan binnendringen.

Het hormoon insuline stimuleert:

  • Synthese van glycogeen in spier en levercellen.
  • Synthese van vetzuren.
  • Synthese van eiwitten o.a. in spierweefsels.
  • Transport van glucose door celwanden zodat het voor celstofwisseling vrijkomt (dit verlaagt de bloedsuikerspiegel).

De definitieve diagnose wordt gesteld wanneer bij herhaling een te hoog glucosegehalte in het bloed wordt aangetoond. Het glucose wordt gemeten met een bloedglucose metertje. Deze toestelletjes zijn zeer handig en betaalbaar. Het wordt aanbevolen om er eentje in huis te hebben om op geregelde tijdstippen het suikergehalte in het bloed van uw huisdier te meten.
Een druppel bloed kan je op een vrij eenvoudige manier verkrijgen door met een fijn naaldje de binnenkant van het oor of de binnenkant van de lip aan te prikken.

Behandelingsprotocol diabetes mellitus

Levenslange behandeling van je huisdier met insuline-injecties NA de maaltijd.
De maaltijden worden over 2 porties per dag verdeeld die ONMIDDELLIJK verorberd dienen te worden. Dit kunt u aanleren door de maaltijd telkens na 10 minuten weg te nemen. U houdt zich aan de vooropgestelde porties en na een paar dagen zal uw dier weten dat het onmiddellijk moet eten.
U geeft 2 maal daags insuline 1 kwartier na het eten. Tussen de 2 giften laat u 12 uur.
Dat wil zeggen dat u bijv. om 9 uur ’s morgens een halve dagportie voer geeft, gevolgd door de insuline injectie en dit ’s avonds om 9 uur herhaalt.
Het is belangrijk dat de maaltijd qua hoeveelheid en samenstelling constant is.

Opgelet!

  • Geef geen tussendoortjes, ook geen melk!
  • Zorg ervoor dat uw hond of kat niets kan stelen!
  • Het is aangewezen katten die behandeld worden voor diabetes binnen te houden!
  • Neem indien de hond of kat een maaltijd overslaat contact op met de dierenarts alvorens de insuline-injectie toe te dienen.
  • Laat maandelijks het glucosegehalte in het bloed van uw huisdier meten bij de dierenarts indien u niet zelf over een glucosemeter beschikt.
    Dit dient 4 uur na de insuline-injectie te gebeuren; hou hiermee rekening wanneer u de afspraak maakt.

Katten met obesitas dienen in de eerste plaats te vermageren en kunnen dan vaak zonder insuline als ze op een dieet met een laag koolhydraatgehalte en een hoog eiwitgehalte gehouden worden.
Ook honden dienen een koolhydraatarm dieet te volgen.
Vraag hiervoor raad aan de dierenarts.