Anale prolaps / Rectumprolaps bij honden

Er is sprake van een prolaps als weefsel, dat zich normaal binnen in het lichaam bevindt, door een bestaande opening naar buiten uitstulpt.
Bij 'anale prolaps' betekent dit dat een gedeelte van de endeldarm door de anus naar buiten is uitgezakt.

We maken onderscheid in 2 typen ‘anale prolaps’:

  1. Slijmvliesprolaps
    Hierbij is alleen het slijmvlies van de endeldarm uitgezakt. Dit slijmvlies komt tijdens persen door de anus naar buiten. Slijmvliesprolaps is meestal het gevolg van een verzwakking van het verbindingsweefsel tussen darmwand en de bekledende slijmvlieslaag.
    De slijmvliesprolaps heeft een dunne wand en is roze van kleur. Als er harde ontlasting langs schuurt, kan er gemakkelijk een beschadiging optreden waardoor het slijmvlies gaat bloeden.
    Door een slijmvliesprolaps kan verstopping (obstipatie) ontstaan. Persen om toch ontlasting te krijgen maakt het vaak alleen maar erger.
  2. Prolaps van de hele endeldarmwand = rectumprolaps
    In dit geval komt de hele wand van de endeldarm (rectum) door de anus naar buiten. Dus zowel het slijmvlies als de spierlaag. Soms kan ook de anus mee verzakken. In dit geval spreken we van een anorectale prolaps.
    De uitpuilende darm is donkerrood van kleur en heeft een dikke wand. Dit wordt als een duidelijke zwelling ervaren. De prolaps kan de anus dichtduwen, waardoor de ontlasting er niet uit kan. Dit leidt tot verstopping (obstipatie). Persen om toch ontlasting te krijgen kan de prolaps versterken. Andere klachten die op kunnen treden zijn; verlies van slijm en bloed en het weglekken van dunne ontlasting.

Oorzaak

Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van een rectumprolaps. Soms is er sprake van slappe bekkenbodemspieren en anale kringspieren, waardoor de endeldarm niet goed wordt ondersteund en kan uitzakken.
In andere gevallen wordt de rectumprolaps veroorzaakt door:

  • langdurig persen bij verstopping (obstipatie) of bij erge diarree.
  • door tumoren of poliepen in de endeldarm.

Onderzoek

Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een slijmvliesprolaps of een rectumprolaps is grondig onderzoek noodzakelijk.
In eerste instantie zullen we een rectaal onderzoek doen. Door verschil in dikte en kleur van de wand van de prolaps kunnen we het verschil maken tussen een slijmvlies- of een rectumprolaps.

Als er sprake is van een rectumprolaps, moet nader onderzoek gedaan worden naar de spanning en activiteit van de sluitspier. Gegevens van deze onderzoeken bepalen de kans van slagen van een eventuele operatie. Om de mest goed op te kunnen houden (continentie), moet de spieractiviteit voldoende zijn en de zenuwvoorziening niet zijn beschadigd.
In enkele gevallen lijkt er sprake te zijn van een rectumprolaps, maar is het in werkelijkheid een poliep of uitgezakte tumor.

Behandeling

Bij een slijmvliesprolaps bestaat de behandeling in eerste instantie uit maatregelen met betrekking tot de voeding.

Om verergering te voorkomen kan de slijmvliesprolaps behandeld worden door 'rubberband-ligatie' (Barron-ligatuur), de zogenaamde elastiekjes methode. Hierbij worden er één of meer rubberen ringetjes om het uitgezakte slijmvlies geplaatst, waardoor het weefsel wordt afgeklemd. Hierdoor wordt het overtollig slijmvlies als het ware gereefd. Het weefsel sterft vervolgens binnen 2 tot 10 dagen af. De ringetjes en het afgestorven weefsel verlaten met de mest het lichaam.


Een erge prolaps bij een Franse bulldog.

Bij een rectumprolaps wordt meestal een rectopexie uitgevoerd. Tijdens deze operatie trekken we de hele endeldarm naar voor en maken deze vervolgens vast in het bekken. Voorafgaand aan de operatie bespreken we natuurlijk hoe groot de kans is dat er na de operatie incontinentie voor mest optreedt. Verstopping is na een rectopexie soms een probleem.